wetzoeker

Aanbeveling betreffende procedures voor het vaststellen van arbeidsvoorwaarden in de openbare dienst Verdrag betreffende de bescherming van het vakverenigingsrecht en procedures voor het vaststellen van arbeidsvoorwaarden in de openbare dienst

1.

(1) In landen waarin procedures voor de erkenning van organisaties van overheidspersoneel toegepast worden met het oog op het vaststellen van de organisaties waaraan bij voorkeur of uitsluitend de rechten worden toegekend, waarin voorzien wordt krachtens de delen III, IV of V van het Verdrag betreffende de arbeidsverhoudingen in de openbare dienst, (1978), dient deze vaststelling te worden gebaseerd op objectieve en van te voren vastgestelde normen met betrekking tot het representatieve karakter van de organisaties.

(2) De procedures waarnaar verwezen wordt in het eerste lid van deze paragraaf dienen van dien aard te zijn dat zij de versnippering van organisaties die dezelfde categorieën werknemers omvatten niet aanmoedigen.

2.

(1) In het geval van onderhandelingen omtrent arbeidsvoorwaarden in overeenstemming met deel IV van het Verdrag betreffende de arbeidsverhoudingen in de openbare dienst, (1978), dienen de personen of instanties die bevoegd zijn om te onderhandelen namens het desbetreffende overheidsgezag en de procedure om uitvoering te geven aan de overeengekomen arbeidsvoorwaarden te worden bepaald door nationale wettelijke voorschriften of andere daartoe geëigende middelen.

(2) In gevallen dat andere procedures dan onderhandelingen worden gevolgd om vertegenwoordigers van overheidspersoneel in staat te stellen om deel te hebben aan het vaststellen van arbeidsvoorwaarden, dient de procedure voor wat betreft dit deelhebben en voor wat betreft de uiteindelijke vaststelling van deze zaken te worden bepaald door nationale wettelijke voorschriften of andere daartoe geëigende middelen.

3. Wanneer een overeenkomst gesloten wordt tussen een overheidsgezag en een organisatie van overheidspersoneel overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van paragraaf 2 van deze Aanbeveling, dient in de regel de geldigheidsduur van deze overeenkomst en/of de procedure volgens welke deze beëindigd, vernieuwd of herzien kan worden, nauwkeurig te worden vastgelegd.

4. Bij het bepalen van de aard en werkingssfeer van de faciliteiten die dienen te worden verleend aan vertegenwoordigers van organisaties van overheidspersoneel, in overeenstemming met artikel 6, derde lid, van het Verdrag betreffende de arbeidsverhoudingen in de openbare dienst, (1978), dient rekening te worden gehouden met de Aanbeveling betreffende de vertegenwoordigers van de werknemers, (1971).

Regeling
Verdrag betreffende de bescherming van het vakverenigingsrecht en procedures voor het vaststellen van arbeidsvoorwaarden in de openbare dienst
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
29-11-1989
BWB-id
BWBV0003778
Versie
1989-11-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl