Aanbeveling 152 — Aanbeveling betreffende tripartite raadplegingsprocedures ter bevordering van de tenuitvoerlegging van internationale arbeidsnormen en van maatregelen op nationaal niveau verband houdende met de activiteiten van de Internationale Arbeidsorganisatie Verdrag betreffende tripartite raadplegingsprocedures ter bevordering van de tenuitvoerlegging van internationale arbeidsnormen
Aanbeveling betreffende tripartite raadplegingsprocedures ter bevordering van de tenuitvoerlegging van internationale arbeidsnormen en van maatregelen op nationaal niveau verband houdende met de activiteiten van de Internationale Arbeidsorganisatie
1. Met de uitdrukking „representatieve organisaties” worden in deze Aanbeveling bedoeld de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, die het recht van vrijheid van vereniging genieten.
2.
(1) Ieder Lid van de Internationale Arbeidsorganisatie dient procedures te hanteren die een doeltreffende raadpleging waarborgen in zaken betrekking hebbende op de activiteiten van de Internationale Arbeidsorganisatie, overeenkomstig de punten 5 tot 7 van deze Aanbeveling, tussen vertegenwoordigers van de Overheid, van de werkgevers en van de werknemers.
(2) De aard en de vorm van de procedures als voorzien onder 1 van deze paragraaf dienen in ieder land te worden bepaald overeenkomstig het nationaal gebruik, na overleg met de representatieve organisaties, indien zodanige procedures nog niet tot stand zijn gekomen.
(3) Raadpleging kan onder meer plaatsvinden:
(a) via een speciaal voor vragen betreffende activiteiten van de Internationale Arbeidsorganisatie ingestelde commissie;
(b) via een instelling met algemene bevoegdheid op economisch, sociaal of arbeidstechnisch gebied;
(c) via een aantal instellingen met speciale verantwoordelijkheid voor bepaalde gebieden; of
(d) via schriftelijke mededelingen, wanneer de bij de raadplegingsprocedures betrokken personen het erover eens zijn dat zodanige mededelingen passend en voldoende zijn.
3.
(1) De vertegenwoordigers van de werkgevers en werknemers dienen ten behoeve van de procedures waarin in deze Aanbeveling wordt voorzien, vrijelijk door hun representatieve organisaties te worden gekozen.
(2) Werkgevers en werknemers dienen op voet van gelijkheid te zijn vertegenwoordigd in alle instellingen binnen welke raadpleging plaatsvindt.
(3) In samenwerking met de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties dienen maatregelen te worden getroffen voor het verschaffen van de nodige opleiding ten einde deelnemers aan de procedures in staat te stellen hun taak naar behoren te vervullen.
4. De bevoegde autoriteit dient de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de administratieve ondersteuning en financiering van de procedures waarin in deze Aanbeveling wordt voorzien, inclusief het financieren van eventuele opleidingsprogramma's.
5. Het doel van de procedures waarin in deze Aanbeveling wordt voorzien is raadpleging:
(a) inzake de antwoorden van de regeringen op vragenlijsten betreffende punten op de agenda van de Internationale Arbeidsconferentie en commentaar van de regeringen op door de Conferentie te bespreken ontwerp-teksten;
(b) inzake voorstellen, te doen aan de bevoegde autoriteit of autoriteiten in verband met het voorleggen van Verdragen en Aanbevelingen op grond van artikel 19 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie;
(c) afgestemd op nationaal gebruik, inzake de voorbereiding en uitvoering van wettelijke of andere maatregelen voor het uitvoering geven aan internationale Arbeidsverdragen en Aanbevelingen, in het bijzonder aan bekrachtigde Verdragen (inclusief maatregelen voor de uitvoering van bepalingen waarvoor raadpleging van of samenwerking met vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers nodig is);
(d) inzake het met passende tussenpozen opnieuw in studie nemen van niet-bekrachtigde Verdragen en Aanbevelingen waaraan nog geen uitvoering is gegeven, ten einde na te gaan welke maatregelen zouden kunnen worden genomen om de bekrachtiging, onderscheidenlijk de uitvoering daarvan, te bevorderen;
(e) inzake vragen die zijn gerezen naar aanleiding van verslagen voor te leggen aan het Internationaal Arbeidsbureau op grond van de artikelen 19 en 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie;
(f) inzake voorstellen tot opzegging van bekrachtigde Verdragen.
6. De bevoegde autoriteit dient, na raadpleging van de representatieve organisaties, te bepalen in welke mate deze procedures moeten worden toegepast voor raadpleging met betrekking tot andere zaken van wederzijds belang, zoals:
(a) de voorbereiding, ontplooiing en evaluatie van activiteiten op het gebied van technische samenwerking, waaraan de Internationale Arbeidsorganisatie deelneemt;
(b) de te nemen maatregelen met betrekking tot resoluties en andere besluiten aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie, regionale conferenties, commissies uit het bedrijfsleven en andere bijeenkomsten, bijeengeroepen door de Internationale Arbeidsorganisatie;
(c) het meer bekendheid geven aan de rol van de Internationale Arbeidsorganisatie in het economisch en sociaal beleid en in de economische en sociale programma's.
7. Om te waarborgen dat voldoende aandacht wordt geschonken aan kwesties als vermeld in het eerste lid van dit artikel, dient overleg met passende in gemeenschappelijk overleg vastgestelde tussenpozen, doch ten minste eenmaal per jaar, plaats te vinden.
8. Er dienen maatregelen, afgestemd op de nationale omstandigheden en het nationaal gebruik, te worden genomen, ten einde coördinatie te verzekeren tussen de procedures waarin in deze Aanbeveling wordt voorzien en de activiteiten van instellingen op nationaal niveau, die zich met soortgelijke zaken bezighouden.
9. Voor zover dit na raadpleging van de representatieve organisaties passend wordt geoordeeld, dient de bevoegde autoriteit jaarlijks verslag uit te brengen over de werking van de procedures waarin in deze Aanbeveling wordt voorzien.
- Regeling
- Verdrag betreffende tripartite raadplegingsprocedures ter bevordering van de tenuitvoerlegging van internationale arbeidsnormen
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 27-07-1979
- BWB-id
- BWBV0003775
- Versie
- 1979-07-27_0