III — Organisatie van het nationale bestuursapparaat op het gebied van de arbeid Verdrag betreffende de bestuurstaak op het gebied van de arbeid: taak, functies en organisatie
Organisatie van het nationale bestuursapparaat op het gebied van de arbeid
Coördinatie
19. Het Ministerie van Arbeid of een ander vergelijkbaar lichaam vastgesteld bij nationale wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften of gebruiken, dient maatregelen te nemen of een aanzet te geven tot maatregelen die de hiervoor in aanmerking komende vertegenwoordiging waarborgen van het bestuursapparaat op het gebied van de arbeid in de bestuurlijke en raadgevende lichamen die inlichtingen verzamelen, meningen in overweging nemen, beslissingen voorbereiden en nemen en uitvoeringsmaatregelen ontwerpen met betrekking tot sociale en economische beleidslijnen.
20.
(1) Elk van de voornaamste diensten binnen het bestuursapparaat op het gebied van de arbeid met bevoegdheid betreffende de zaken waarnaar verwezen wordt in de bovengenoemde paragrafen 5 tot 18 dienen periodiek inlichtingen te verstrekken of rapporten in te dienen bij het Ministerie van Arbeid of het andere vergelijkbare lichaam waarnaar verwezen wordt in paragraaf 19 met betrekking tot hun activiteiten. Zij dienen deze inlichtingen en rapporten ook te zenden aan werkgevers- en werknemersorganisaties.
(2) Deze inlichtingen of rapporten, met inbegrip van hierop van toepassing zijnde statistieken, dienen van technische aard te zijn, en de gesignaleerde problemen en zo mogelijk de resultaten die bereikt zijn, aan te geven op een wijze die het mogelijk maakt om een evaluatie te maken van de op dat tijdstip aanwezige tendenties en toekomstige ontwikkelingen die te voorzien zijn in gebieden die van groot belang zijn voor het bestuursapparaat op het gebied van de arbeid.
(3) Het bestuursapparaat op het gebied van de arbeid dient deze inlichtingen van algemeen belang met betrekking tot arbeidszaken te evalueren, te publiceren en te verspreiden.
(4) Leden dienen in overleg met het Internationaal Arbeidsbureau te trachten het oprichten van geschikte modellen voor de publikatie van deze inlichtingen te bevorderen, teneinde de internationale vergelijkbaarheid van gegevens te verbeteren.
21. De structuren van het nationale geheel van de bestuurstaak op het gebied van de arbeid dienen telkens opnieuw geëvalueerd te worden, in overleg met de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers.
Hulpbronnen en personeel
22.
(1) Doeltreffende regelingen dienen te worden getroffen om het bestuursapparaat op het gebied van de arbeid te voorzien van de noodzakelijke financiële hulpmiddelen en van voldoende personeel dat beschikt over de bevoegdheid die nodig is om de doeltreffendheid van het geheel te bevorderen.
(2) In dit verband dient terdege rekening te worden gehouden met:
(a) het belang van de taken die moeten worden uitgevoerd;
(b) de materiële middelen die ter beschikking van het personeel worden gesteld;
(c) de praktische omstandigheden waaronder de verschillende functies moeten worden uitgevoerd teneinde doeltreffend te zijn.
23.
(1) Het personeel betrokken bij het bestuursapparaat op het gebied van de arbeid dient een opleiding te krijgen ter inwerking en een voortgezette opleiding op een niveau dat hen geschikt maakt voor hun werk; er dienen permanente regelingen te zijn om te waarborgen dat een zodanige opleiding voor hen beschikbaar is gedurende hun hele loopbaan.
(2) Het personeel van speciale diensten dient de speciale bevoegdheden te bezitten die vereist zijn voor deze diensten. De wijze waarop dit wordt gedaan dient te worden vastgesteld door daartoe bevoegde organen.
24. Aandacht dient te worden besteed aan het vervullen van nationale programma's en voorzieningen voor de opleiding zoals bedoeld in bovenstaande paragraaf 23 door middel van internationale samenwerking in de vorm van het uitwisselen van ervaring en informatie en van gezamenlijke programma's voor lagere en voortgezette opleidingen en voorzieningen, in het bijzonder op regionaal niveau.
Interne organisatie
25.
(1) Het bestuursapparaat op het gebied van de arbeid dient in het algemeen te omvatten: gespecialiseerde eenheden die alle belangrijke programma's op het gebied van de uitvoering van arbeidswetgeving kunnen behandelen waarvan het beheer aan hen is toevertrouwd krachtens nationale wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften.
(2) Er zouden bijvoorbeeld eenheden kunnen zijn voor zaken zoals het formuleren van normen met betrekking tot arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden; arbeidsinspectie; arbeidsverhoudingen; werkgelegenheid; arbeidsmarktbeleid en de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen; internationale arbeidsmarktzaken; en, waar dit van toepassing is, sociale zekerheid, wetgeving op het gebied van minimumlonen en zaken die betrekking hebben op speciale categorieën werknemers.
Werk in buitendienst
26.
(1) Er dienen doeltreffende regelingen te worden getroffen voor de doelmatige organisatie en uitvoering van het werk in de buitendienst met betrekking tot de overheidstaak op het gebied van de arbeid.
(2) In het bijzonder dienen deze regelingen:
(a) te waarborgen dat het werk in de buitendienst wordt verspreid op zodanige wijze als in overeenstemming is met de behoeften van de verschillende gebieden; de desbetreffende werkgevers- en werknemersorganisaties dienen hieromtrent te worden geraadpleegd;
(b) de buitendienst te voorzien van voldoende en voor hun taak berekend personeel, uitrusting en transportmiddelen voor de doelmatige uitvoering van hun werkzaamheden;
(c) te waarborgen dat de buitendiensten beschikken over voldoende en duidelijke instructies om de mogelijkheden uit te sluiten dat wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften in verschillende gebieden op verschillende wijze worden geïnterpreteerd.
- Regeling
- Verdrag betreffende de bestuurstaak op het gebied van de arbeid: taak, functies en organisatie
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 08-08-1981
- BWB-id
- BWBV0003764
- Versie
- 1981-08-08_0