wetzoeker

III — TECHNISCHE MAATREGELEN Verdrag betreffende de arbeidsveiligheid en gezondheid in havenarbeid

TECHNISCHE MAATREGELEN

7.

(1) Alle toegangswegen dienen:

a. duidelijk te zijn gemarkeerd

b. voor zoveel mogelijk te worden vrijgehouden van alle belemmeringen die geen verband houden met de uitvoering van werkzaamheden

(2) Toegangswegen in gebruik voor voertuigen dienen, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, eenrichtingverkeer te hebben.

8.

(1) Waar zulks redelijkerwijs uitvoerbaar is dienen toegangsmiddelen zodanig te zijn geplaatst, dat zich geen hangende ladingen er overheen bewegen.

(2) Waar nodig dienen de toegangsmiddelen te zijn uitgerust met een behoorlijk bevestigd veiligheidsnet ten einde te voorkomen dat werknemers tussen het schip en de aangrenzende kade in het water vallen.

9. Verbindingsplaten, gebruikt voor hellingen op rij-op rij-af-schepen, dienen zodanig te zijn ontworpen en gebruikt, dat de veiligheid verzekerd is.

10.

(1) Iedere luikopening op het hoogste dek dat niet door een luikhoofd van voldoende hoogte en sterkte wordt beschermd, dient doeltreffend te worden beveiligd of afgedekt.

(2) Ieder tussendekse luikopening dient, wanneer deze open is, doeltreffend en tot een voldoende hoogte te worden beveiligd.

(3) Beschuttingen mogen tijdelijk aan die zijde van een luikopening worden verwijderd waar dit noodzakelijk is voor het laden of lossen van goederen.

(4) Indien om technische redenen de bepalingen van subparagraaf (1) en (2) van deze paragraaf niet kunnen worden uitgevoerd, dient een bevoegd persoon de veiligheid van de werknemers te verzekeren.

(5) Dekladingen mogen niet worden geplaatst op, noch mogen voertuigen rijden over enige luikafdekking die niet van voldoende sterkte is voor dat doel.

11. Indien zulks, wegens de afmeting van het ruim, noodzakelijk is, dient in meer dan één vluchtweg te worden voorzien.

12. Bedieners van hijs- of hef inrichtingen dienen het functioneren van hun beveiligingsinrichtingen vóór de aanvang van het werk te controleren.

13.

(1) Voertuigen of hijs- of hefinrichtingen met benzinemotoren mogen niet in het ruim van een schip van nieuwe brandstof worden voorzien terwijl voertuigen of hijs- of hefinrichtingen waarvoor andere brandstoffen worden gebruikt slechts van nieuwe brandstof mogen worden voorzien in het ruim van een schip onder voorwaarden die, voor zover zulks redelijkerwijs uitvoerbaar is, de veiligheid van de werknemers waarborgen.

(2) Indien zulks redelijkerwijs uitvoerbaar is dient de voorkeur te worden gegeven aan het gebruik in het ruim van motoren die geen luchtverontreiniging veroorzaken.

14. Voor zover zulks redelijkerwijs uitvoerbaar is, mag van werknemers niet worden verlangd, dat zij in dat deel van het ruim werken waar een laadschop of een grijper in bedrijf is.

15. Geen enkel nieuw onderdeel van een hijs- of hefinrichting of deel van het los gerei mag van welijzer zijn vervaardigd.

16. Er mag geen warmtebehandeling worden toegepast op enig deel van het los gerei, tenzij de behandeling wordt uitgevoerd onder toezicht van een bevoegd persoon en in overeenstemming met zijn instructies.

17. Indien het noodzakelijk is lengen van voorgestropte ladingen te beschermen, dienen geschikte en voldoende kantbeschermers te worden gebruikt.

18. Stroppen mogen slechts voor het voorstroppen worden gebruikt, indien deze goedgekeurd of geïnspecteerd zijn.

19. Op alle hijsbalken, hijsframes, vacuümtoestellen of magnetische hijstoestellen die geen integrerend deel uitmaken van een hijs- of hefinrichting alsmede op elk ander deel van het los gerei dat meer weegt dan 100 kg, dient op duidelijke wijze het eigen gewicht te zijn vermeld.

20. Stapelborden en dergelijke hulpmiddelen voor eenmalig gebruik dienen:

a. duidelijk te worden voorzien van een merk of stempel, aanduidende dat zij voor eenmalig gebruik bestemd zijn;

b. slechts te worden gebruikt als ze vrij zijn van gebreken die het veilig gebruik ervan zouden kunnen schaden; en

c. niet opnieuw te worden gebruikt.

21. Lasten die bijeen worden gehouden door middel van draden of banden, mogen niet worden opgehesen of neergelaten door middel van haken of dergelijke aan deze draden of banden bevestigde voorwerpen, tenzij de draden of banden van voldoende sterkte zijn.

22. Alle redelijke maatregelen dienen te worden getroffen om de kans op ongevallen tot een minimum te beperken wanneer werkzaam- , heden moeten worden verricht boven op vrachtlaadkisten.

23.

(1) Gevaarlijke stoffen mogen slechts worden op- of overgeslagen of gestuwd onder toezicht van een verantwoordelijk persoon.

(2) Indien gevaarlijke stoffen moeten worden op- of overgeslagen of gestuwd, dienen de betrokken werknemers voldoende te zijn ingelicht omtrent de bijzondere voorzorgen die in acht moeten worden genomen, met inbegrip van de te nemen maatregelen in geval van lekkage of onvoorziene ontsnapping uit het omhulsel.

24. Eerstehulppersoneel dient bedreven te zijn in het gebruik van passende reanimatietechnieken en in het uitvoeren van reddingswerkzaamheden.

25. Hijs- of hefinrichtingen dienen, waar zulks noodzakelijk en redelijkerwijs uitvoerbaar is, te zijn voorzien van middelen die ontsnapping uit de bestuurderscabine in geval van nood mogelijk maken. Er dienen voorzieningen te zijn voor het afvoeren van een gewonde of zieke bestuurder, zonder hem aan verder gevaar bloot te stellen.

26.

(1) De resultaten van de medische onderzoekingen als bedoeld in artikel 36 van het Verdrag betreffende de arbeidsveiligheid en gezondheid in havenarbeid, 1979, dienen aan de betrokken werknemer te worden medegedeeld.

(2) De werkgever dient in kennis te worden gesteld van het feit of de werknemer geschikt is voor de te verrichten werkzaamheden en of hij een gevaar voor anderen betekent, op voorwaarde dat het vertrouwelijke karakter van de mededeling wordt gerespecteerd, als bedoeld in artikel 39 van het Verdrag.

27. De voorzieningen die ingevolge artikel 40 van het Verdrag betreffende de arbeidsveiligheid en gezondheid in havenarbeid, 1979, ter beschikking worden gesteld, dienen voor zover zulks redelijkerwijs uitvoerbaar is, tevens kleedkamers te omvatten.

Regeling
Verdrag betreffende de arbeidsveiligheid en gezondheid in havenarbeid
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
13-05-1999
BWB-id
BWBV0003752
Versie
1999-05-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl