wetzoeker

VIII — Het bevorderen van gelijke kansen voor vrouwen en mannen ten aanzien van opleiding en arbeid Verdrag betreffende de rol van beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding bij de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen

Het bevorderen van gelijke kansen voor vrouwen en mannen ten aanzien van opleiding en arbeid

54.

(1) Er dienen maatregelen te worden genomen om vrouwen en mannen gelijke kansen te geven ten aanzien van de arbeid en in de maatschappij in het algemeen.

(2) Deze maatregelen dienen een onderdeel te vormen van het geheel van economische, sociale en culturele maatregelen die door regeringen worden genomen om de arbeidssituatie van de vrouw te verbeteren en zij dienen zoveel mogelijk erop gericht te zijn om:

(a) in de publieke opinie en in het bijzonder bij ouders, onderwijskrachten, personen die belast zijn met beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding, personeel van arbeidsbureaus en andere sociale diensten, werkgevers en werknemers begrip te wekken voor de wenselijkheid om vrouwen en mannen op voet van gelijkheid te doen deelnemen aan het maatschappelijke en economische leven en de wenselijkheid om de traditionele instelling ten aanzien van de rol van de vrouw en van de man thuis en in de arbeidssfeer te veranderen;

(b) meisjes en vrouwen beroepskeuzevoorlichting te geven die hun dezelfde mogelijkheden voor onderwijs, beroepsopleiding en arbeid biedt als jongens en mannen, hen aan te moedigen ten volle gebruik te maken van deze mogelijkheden en de omstandigheden te scheppen die hen hiertoe in staat stellen;

(c) te bevorderen dat meisjes en vrouwen gelijkelijk toegang hebben tot alle soorten van onderwijs en tot beroepsopleiding voor alle soorten arbeid met inbegrip van die waartoe tot dusverre alleen jongens en mannen toegang hadden, onverminderd de bepalingen van de Verdragen en Aanbevelingen van de internationale Arbeidsorganisatie;

(d) de nascholing van meisjes en vrouwen te bevorderen met het oog op hun persoonlijke ontplooiing en bevordering tot geschoolde arbeid en verantwoordelijke functies, door er bij werkgevers op aan te dringen meisjes en vrouwen dezelfde mogelijkheden te bieden om hun beroepservaring uit te breiden als worden geboden aan mannelijke werknemers met dezelfde ontwikkeling en vakbekwaamheid;

(e) zoveel mogelijk opvangmogelijkheden te scheppen en andere diensten in het leven te roepen voor kinderen van alle leeftijden ten einde meisjes en vrouwen die kostwinner zijn voor een gezin in staat te stellen gebruik te maken van de normale opleidingsmogelijkheden alsmede bijzondere regelingen te treffen bijvoorbeeld in de vorm van part-time cursussen of schriftelijke cursussen, programma's voor gespreide beroepsopleiding of programma's waarbij gebruik gemaakt wordt van massamedia;

(f) opleidingsprogramma's op te stellen voor vrouwen boven de leeftijd waarop men in de regel een werkkring aanvaardt en die voor het eerst of na een periode van onderbreking aan het werk wensen te gaan.

55. Mannen die met dezelfde problemen te maken hebben, dienen eveneens gebruik te kunnen maken van speciale regelingen en programma's die overeenkomen met die welke zijn bedoeld in paragraaf 54, tweede lid, letters e en f, van deze Aanbeveling.

56. Bij de toepassing van de maatregelen die gericht zijn op het bevorderen van gelijke kansen voor vrouwen en mannen ten aanzien van opleiding en arbeid, dient rekening te worden gehouden met het Verdrag betreffende de werkgelegenheidspolitiek en de Aanbeveling betreffende het werkgelegenheidsbeleid, 1964.

Regeling
Verdrag betreffende de rol van beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding bij de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
19-06-1980
BWB-id
BWBV0003733
Versie
1980-06-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl