wetzoeker

VII — Bijzondere bevolkingsgroepen (deel 1) Verdrag betreffende de rol van beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding bij de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen

Bijzondere bevolkingsgroepen

45.

(1) Er dienen maatregelen te worden genomen om bepaalde bevolkingsgroepen een doeltreffende en gerichte beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding te geven zodat zij op het gebied van de werkgelegenheid gelijke kansen hebben en beter kunnen worden ingepast in de maatschappij en in de economie.

(2) Het is dienstig bijzondere aandacht te schenken met name aan de volgende groepen:

(a) personen die nooit een school hebben bezocht of die de school vroegtijdig hebben verlaten;

(b) oudere werknemers;

(c) leden van minderheidsgroepen op het gebied van de taal of anderszins;

(d) geestelijk en lichamelijk gehandicapten.

A. Personen die nooit een school hebben bezocht of die de school vroegtijdig hebben verlaten

46. Er dienen maatregelen te worden genomen om aan alle personen die nooit een school hebben bezocht of de school hebben verlaten alvorens een algemeen ontwikkelingsniveau te hebben bereikt dat voldoende is om volledig te kunnen worden opgenomen in een veranderende maatschappij en economie, een beroepskeuzevoorlichting, een algemene vorming en een eerste beroepsopleiding te geven waarbij rekening wordt gehouden met de bestaande mogelijkheden op de arbeidsmarkt.

47. De beroepskeuzevoorlichting voor personen die nooit een school hebben bezocht of die de school hebben verlaten alvorens voldoende lezen, schrijven en rekenen te hebben geleerd, dient zo ruim mogelijk te zijn, met inachtneming van de bijzondere maatregelen voor onderwijs en beroepsopleiding en de andere mogelijkheden van onderwijs, opleiding en tewerkstelling die naar verwachting voor hen beschikbaar zullen zijn.

48.

(1) Regelingen voor een eerste vakopleiding of voor een algemene vorming ten behoeve van deze personen zouden onder meer kunnen omvatten:

(a) een part-time onderricht in kennis en vaardigheden op het gebied van hun werk alsmede een met dat onderricht verbandhoudend algemeen onderwijs voor kinderen die werken op de boerderij of in het bedrijf van hun ouders dan wel in andere economische sectoren;

(b) cursussen waarin een eerste vakopleiding en aanvullend algemeen onderwijs wordt gegeven voor jongeren en, zo nodig, voor volwassenen, ten einde hun toegang tot een gerichte beroepsopleiding te vergemakkelijken of hun arbeids- en promotiemogelijkheden te verruimen;

(c) regelingen voor jonge werklozen om een bijzondere beroepsopleiding te volgen in combinatie met produktieve arbeid en, zo nodig, aangevuld met cursussen voor algemeen vormend onderwijs ten einde hun de vorming, de vaardigheden en de arbeidsgewoonten bij te brengen die zij nodig hebben om nuttig en betaald werk te kunnen verrichten;

(d) met name voor volwassenen, cursussen in lezen, schrijven en rekenen in samenhang met een beroepsopleiding, gericht op de theoretische en praktische kennis die vereist is voor een bepaald beroep of een bepaald soort werk alsmede voor een actieve deelneming aan de ontwikkeling; dit onderwijs dient te worden gecoördineerd met de algemene maatregelen ter bestrijding van het analfabetisme;

(e) bijzondere nascholingscursussen gericht op het algemene en het technische onderwijs voor werkende jongeren en volwassenen ten einde hun vakkundigheid te vergroten en hun promotiekansen te verbeteren;

(f) bijzondere cursussen bestemd voor personen die geen of weinig onderwijs hebben genoten en gericht op dringend noodzakelijke vakbekwaamheid.

(2) Voor de uitvoering van de regelingen, bedoeld in deze paragraaf, dienen bijzondere methoden voor beroepsopleiding te worden ontwikkeld en toegepast.

49. De diploma's die kunnen worden behaald in het kader van deze regelingen dienen te worden gelijkgesteld met die welke kunnen worden uitgereikt in schoolverband of aan personen die op een andere wijze zijn opgeleid.

B. Oudere werknemers

50.

(1) Maatregelen om oudere werknemers te helpen bij moeilijkheden die zij ondervinden in het werk, zouden, waar nodig, onder meer kunnen omvatten:

(a) het onderkennen en zoveel mogelijk veranderen van de arbeidsomstandigheden die het lichamelijk en geestelijk verouderingsproces zouden kunnen versnellen;

(b) het geven van die beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding aan oudere werknemers die zij nodig hebben, in het bijzonder ten aanzien van de noodzaak om:

(i) hun kennis en vakbekwaamheid up to date te houden door hun tijdig relevante informatie te geven;

(ii) het niveau van hun algemene ontwikkeling en van hun vakbekwaamheid te verhogen door het aanstellen van deskundigen op het gebied van de beroepsopleiding voor volwassenen, zodat dit niveau vergelijkbaar is met dat van jongeren die meer onderwijs en een betere opleiding hebben genoten en die reeds in hetzelfde beroep werkzaam zijn of daarin beginnen;

(iii) hen tijdig te informeren over de bestaande nascholingsmogelijkheden en met de nascholing te beginnen of deze voort te zetten voordat nieuwe technieken en arbeidsmethoden worden ingevoerd;

(iv) oudere werknemers, zo nodig, in hun eigen beroep of in een ander beroep ander werk te geven waarin zij hun vaardigheden en hun ervaring kunnen gebruiken, zoveel mogelijk zonder vermindering van inkomsten;

(v) erop toe te zien dat zij niet van beroepsopleiding verstoken blijven door irreële toelatingseisen wat leeftijd betreft;

(vi) methoden voor beroepsopleiding te ontwikkelen die zijn afgestemd op oudere werknemers;

(vii) alles in het werk te stellen opdat zij de beschikking krijgen over technisch en pedagogisch bekwame leerkrachten die in staat zijn oudere werknemers een nascholing te geven die voorziet in hun bijzondere behoeften;

(c) het aanmoedigen van oudere werknemers om gebruik te maken van de voorzieningen op het gebied van beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding of van de mogelijkheden tot overplaatsing die hun worden geboden en die hen zouden kunnen helpen bij het oplossen van hun problemen;

(d) de publieke opinie en in het bijzonder het personeel dat is belast met beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding, het personeel van arbeidsbureaus en van andere betrokken sociale diensten, werkgever en werknemers voor te lichten omtrent de inspanningen die oudere werknemers zich soms moeten getroosten om zich aan te passen aan hun werk, alsmede omtrent de wenselijkheid deze personen hierbij te helpen.

(2) Er dienen zoveel mogelijk maatregelen te worden genomen om arbeidsmethoden, gereedschap en uitrusting te ontwikkelen in overeenstemming met de bijzondere behoeften van oudere werknemers en om hun de nodige opleiding te geven om dit gereedschap en deze uitrusting te kunnen gebruiken.

C. Minderheidsgroepen op het gebied van de taal en anderszins

51. Personen die behoren tot minderheidsgroepen op het gebied van de taal of anderszins, dienen beroepskeuzevoorlichting te krijgen waarbij hun in hun eigen taal of in een taal die zij machtig zijn of desnoods in een andere taal met behulp van tolken, informatie wordt verstrekt omtrent de arbeidssituatie, de rechten en plichten van alle betrokkenen alsmede omtrent de beschikbare hulp om hun bijzondere problemen op te lossen.

52. Bijzondere programma's voor beroepsopleiding dienen, naar behoefte, binnen het bereik te worden gebracht van minderheden op het gebied van de taal of anderszins. Voor de minderheden op het gebied van de taal dienen deze programma's zo mogelijk in hun eigen taal te worden gegeven, en zo nodig taalonderricht te omvatten.

D. Lichamelijk en geestelijk gehandicapten

53.

(1) De gehandicapten dienen, voor zover zij hiermee gebaat kunnen zijn, gebruik te kunnen maken van de programma's voor beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding die bedoeld zijn voor de gehele bevolking.

(2) Wanneer dit niet in aanmerking komt in verband met de ernst of de aard van de handicap of met de bijzondere behoeften van bepaalde groepen gehandicapten, dienen speciaal aangepaste programma's te worden opgesteld.

Regeling
Verdrag betreffende de rol van beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding bij de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
19-06-1980
BWB-id
BWBV0003733
Versie
1980-06-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl