wetzoeker

III — Beroepskeuzevoorlichting (deel 1) Verdrag betreffende de rol van beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding bij de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen

Beroepskeuzevoorlichting

7.

(1) De Leden dienen hun systemen van beroepskeuzevoorlichting en die van voortdurende voorlichting inzake de werkgelegenheid geleidelijk uit te breiden teneinde een volledige informatie en een zo ruim mogelijke voorlichting binnen het bereik te brengen van kinderen, jongeren en volwassenen, met inbegrip van passende programma's voor gehandicapten.

(2) Deze informatie en voorlichting dienen de volgende gebieden te bestrijken: beroepskeuze, beroepsopleiding en de daarmede verbandhoudende onderwijsmogelijkheden, de huidige en de toekomstige werkgelegenheid, promotiekansen, arbeidsvoorwaarden, bedrijfsveiligheid en -hygiëne alsmede andere aspecten van de arbeid in de diverse sectoren van het economische, sociale en culturele leven en op alle niveaus van verantwoordelijkheid.

(3) Deze informatie en voorlichting dienen te worden aangevuld met informatie omtrent de algemene aspecten van de collectieve overeenkomsten en de rechten en plichten van alle betrokken partijen krachtens de arbeidswetgeving; deze aanvullende informatie dient te worden verstrekt overeenkomstig nationale wetten en gebruiken, met inachtneming van de onderscheiden functies en taken van de betrokken werknemers- en werkgeversorganisaties.

8. De voornaamste doelstellingen van de programma's voor beroepskeuzevoorlichting dienen te zijn:

(1)

(a) kinderen en jongeren die nog niet aan het arbeidsproces deelnemen in staat te stellen het soort onderwijs of beroepsopleiding te kiezen dat overeenkomt met hun aanleg, hun capaciteiten en hun belangstelling in het licht van de mogelijkheden van tewerkstelling;

(b) personen die gebruik maken van programma's voor onderwijs en beroepsopleiding, te helpen hiervan zoveel mogelijk profijt te trekken en zich erop voor te bereiden om hetzij hun algemene vorming of beroepsopleiding aan te vullen, hetzij om deel te nemen aan het arbeidsproces en daarbij te profiteren van de mogelijkheden voor voortdurende bijscholing die zij in hun beroepsleven nodig kunnen hebben;

(c) aankomende arbeidskrachten alsmede degenen die van werkkring willen veranderen of die werkloos zijn, te helpen bij het kiezen van een beroep en bij het verkrijgen van de scholing en de beroepsopleiding die daarvoor nodig zijn;

(d) de personen die een beroep uitoefenen te wijzen op de mogelijkheden om zich verder te ontwikkelen in hun beroep, een hoger niveau van vakbekwaamheid te bereiken, inkomen en hun positie te verbeteren, alsmede te wijzen op de daartoe geldende vereisten van scholing en beroepsopleiding en op de hiervoor beschikbare faciliteiten;

(e) in brede kring begrip te wekken voor de bijdrage aan de ontwikkeling in het algemeen en aan de uitbreiding van de werkgelegenheid die wordt geleverd door de verschillende economische sectoren en bedrijfstakken, met inbegrip van die welke van oudsher niet hoog staan aangeschreven;

(f) deelnemende instellingen te helpen om als onderdeel van de beroepskeuzevoorlichting inlichtingen te verschaffen omtrent de doeltreffendheid van specifieke opleidingsprogramma's.

(2) De Leden dienen erop toe te zien dat deze programma's verenigbaar zijn met het recht op vrije keuze van een werkkring en op eerlijke promotiekansen alsmede met het recht op onderwijs.

9. Bij het verruimen van hun stelsels van beroepskeuzevoorlichting, dienen de Leden in het bijzonder erop toe te zien dat:

(a) schoolgaande kinderen en jongeren begrip wordt bijgebracht voor de waarde en het belang van de arbeid en dat zij - met inachtneming van de voor hen eventueel openstaande arbeids- en carrièremogelijkheden - vertrouwd worden gemaakt met de arbeidsvoorwaarden in een zo breed mogelijk scala van beroepen alsmede met de vereisten waaraan dient te worden voldaan om van deze arbeids- en carrièremogelijkheden gebruik te maken:

(b) aan kinderen en jongeren die nooit een school hebben bezocht of die reeds vroegtijdig de school hebben verlaten, informatie wordt verstrekt over een zo breed mogelijk scala van beroepen, over de mogelijkheden van tewerkstelling in deze beroepen alsmede voorlichting over de manier waarop tot deze beroepen toegang kan worden verkregen;

(c) volwassenen die in loondienst of als zelfstandigen werkzaam zijn, worden ingelicht over de strekkingen en de doelstellingen van de ontwikkeling die voor hen van belang zijn en in het bijzonder over de gevolgen die veranderingen op maatschappelijk, technisch en economisch gebied kunnen hebben voor hun arbeidsterrein;

(d) aan werklozen en personen met onvolledige werktijden alle nodige informatie en voorlichting worden verschaft over de mogelijkheden om werk te vinden of hun arbeidssituatie te verbeteren alsmede over de daartoe beschikbare middelen;

(e) in het kader van algemene maatregelen, gericht op sociale vooruitgang, aan personen die te kampen hebben met bijzondere problemen op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding of tewerkstelling, hulp wordt verleend om deze moeilijkheden te kunnen overwinnen.

10.

(1) Er dienen zowel programma's voor collectieve beroepskeuzevoorlichting - d.w.z. het verspreiden van concrete informatie en adviezen voor personen die dezelfde beroepsvoorlichting nodig hebben - te worden uitgevoerd als individuele adviezen te worden gegeven.

(2) Deze individuele adviezen dienen in het bijzonder te worden gegeven aan jongeren en volwassenen die gespecialiseerde hulp nodig hebben om zich een denkbeeld te kunnen vormen van hun aanleg, hun capaciteiten en hun belangstelling voor een bepaald beroep, om kennis te kunnen nemen van de mogelijkheden die er eventueel voor hen openstaan op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding en tewerkstelling en om hierin een bepaalde richting te kunnen kiezen.

(3) Bij de individuele adviezen - eventueel bij de collectieve beroepskeuzevoorlichting - dient rekening te worden gehouden met de specifieke behoefte aan informatie en hulp van ieder afzonderlijk, waarbij bijzondere aandacht dient te worden geschonken aan lichamelijk en geestelijk gehandicapten alsmede aan personen die op maatschappelijk gebied of op het gebied van scholing in een ongunstige positie verkeren. Teneinde het vermogen van de desbetreffende personen tot het doen van een weloverwogen keuze te ontwikkelen, kunnen deze adviezen inhouden een training in het opsporen en evalueren van informatie alsmede in het nemen van beslissingen alsmede een training in het kiezen, wanneer een breed scala aan alternatieven en doelstellingen voor een loopbaan voorhanden is. Bij deze adviezen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met het recht van ieder mens zijn eigen keuze te bepalen aan de hand van volledige informatie.

(4) De individuele adviezen dienen, waar nodig, te worden aangevuld met adviezen betreffende psychologische begeleiding of andere vormen van hulp die de betrokkene van dienst zouden kunnen zijn bij de aanpassing in zijn beroep.

11. De Leden wier programma's voor beroepskeuzevoorlichting nog niet zover zijn ontwikkeld, dienen zich in de eerste plaats ten doel te stellen:

(a) de aandacht van de jongeren te vestigen op het belang om bij hun keuze van algemeen- en beroepsonderwijs ten volle rekening te houden met de te verwachten werkgelegenheidssituatie en de tendensen in de economische en sociale ontwikkeling en met hun persoonlijke belangstelling en aanleg;

(b) de bevolkingsgroepen die hieraan behoefte hebben te helpen bij het overwinnen van eventuele hinderpalen voortkomend uit bestaande tradities die een vrije keuze van onderwijs, beroepsopleiding of beroep voor hen in de weg zouden staan;

(c) tegemoet te komen aan de behoeften van hen die buitengewone capaciteiten bezitten op arbeidsgebieden die van bijzonder belang zijn.

12. Bij hun beroepskeuzevoorlichting dienen de Leden ten volle gebruik te maken van alle beschikbare voorzieningen en communicatiemiddelen waardoor de betrokken bevolkingsgroepen zo doeltreffend mogelijk kunnen worden bereikt.

13.

Regeling
Verdrag betreffende de rol van beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding bij de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
19-06-1980
BWB-id
BWBV0003733
Versie
1980-06-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl