wetzoeker

II — Beleid en programma's Verdrag betreffende de rol van beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding bij de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen

Beleid en programma's

4.

(1) De Leden dienen volledige en gecoördineerde beleidslijnen en programma's voor de beroepskeuzevoorlichting en de beroepsopleiding te aanvaarden en te ontwikkelen in nauwe samenhang met de werkgelegenheidssituatie, in het bijzonder met behulp van de openbare arbeidsbureaus.

(2) In deze beleidslijnen en programma's dient rekening te worden gehouden met:

(a) de behoeften, de mogelijkheden en de problemen op het gebied van de werkgelegenheid zowel op regionaal als op nationaal niveau;

(b) het stadium en het niveau van de economische, sociale en culturele ontwikkeling;

(c) het verband tussen de doelstellingen van de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen en andere economische, sociale en culturele doelstellingen.

(3) Deze beleidslijnen en programma's dienen ten uitvoer te worden gebracht met behulp van methoden die zijn afgestemd op de nationale omstandigheden.

(4) Deze beleidslijnen en programma's dienen alle mensen op voet van gelijkheid en zonder enige discriminatie aan te moedigen en te helpen hun vakbekwaamheid te ontwikkelen en te benutten in hun eigen belang en overeenkomstig hun eigen verlangens, met inachtneming van de behoeften van de maatschappij.

(5) Deze beleidslijnen en programma's dienen eveneens de bedrijven ertoe aan te moedigen de verantwoordelijkheid te aanvaarden voor de opleiding van de werknemers die zij in dienst hebben.

Deze bedrijven dienen in samenwerking met de vertegenwoordigers van hun werknemers hun opleidingsprogramma's op zodanige wijze op te stellen, dat deze zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met het openbare opleidingssysteem.

(6) Deze beleidslijnen en programma's dienen erop gericht te zijn:

(a) de toegang te verzekeren tot produktieve arbeid in loondienst of als zelfstandige, welke past bij de persoonlijke aanleg en verlangens van de betrokkenen, alsmede de beroepsmobiliteit te vergemakkelijken;

(b) creativiteit, dynamiek en persoonlijk initiatief te bevorderen en te ontwikkelen teneinde de doeltreffendheid van de arbeid op peil te houden of te verhogen;

(c) mensen te beschermen tegen werkloosheid of iedere andere vorm van inkomstenderving of verlies van broodwinning als gevolg van een te geringe vraag naar personeel met hun bekwaamheden alsmede tegen onvolledige werkgelegenheid;

(d) mensen te beschermen tegen iedere lichamelijke of geestelijke overbelasting bij de arbeid;

(e) mensen te beschermen tegen bedrijfsrisico's door een onderwijs in bedrijfsveiligheid en -hygiëne dat aan hoge eisen voldoet deel te laten uitmaken van de opleiding voor ieder vak of beroep;

(f) mensen te helpen voldoening te vinden in de arbeid, zichzelf te verwezenlijken en te ontplooien; hen eveneens te helpen hun lot door eigen toedoen te verbeteren opdat zij een betere bijdrage kunnen leveren aan het economisch leven of de aard hiervan kunnen veranderen;

(g) sociale, culturele en economische vooruitgang alsmede een voortdurende aanpassing aan veranderde omstandigheden te bevorderen door deelneming van alle betrokkenen bij de herziening van de eisen die de arbeid stelt aan de mens;

(h) alle maatschappelijke groeperingen ten volle te doen deelnemen aan het ontwikkelingsproces en te laten delen in de voordelen die daaraan verbonden zijn.

5.

(1) Teneinde de hierboven aangeduide doelstellingen te verwezenlijken, dienen de Leden open, soepele en aanvullende vormen te ontwikkelen en te verbeteren van algemeen onderwijs, technisch onderwijs en beroepsonderwijs alsmede van school- en beroepskeuzevoorlichting en van beroepsopleiding, ongeacht of deze werkzaamheden al dan niet in het kader van het schoolsysteem plaatsvinden.

(2) De Leden dienen in het bijzonder zich te beijveren om:

(a) aan allen gelijkelijk toegang te verzekeren tot de beroepskeuzevoorlichting en de beroepsopleiding;

(b) ten behoeve van de verschillende bevolkingsgroepen een voortdurende, breed opgezette en op de realiteit afgestemde beroepskeuzevoorlichting te geven over alle bedrijfstakken;

(c) volledige beroepsopleidingssystemen te ontwikkelen die alle aspecten van de produktieve arbeid in alle bedrijfstakken bestrijken;

(d) de mobiliteit te vergemakkelijken tussen de verschillende richtingen van de opleiding binnen een bepaald beroep of een bepaalde economische sector en tussen de verschillende beroepen en economische sectoren alsmede tussen de verschillende niveaus van verantwoordelijkheid;

(e) de beroepsopleiding die bestemd is voor een economische sector of een bedrijfstak te coördineren met die welke bestemd is voor andere sectoren of andere bedrijfstakken;

(f) structuren voor systematische beroepsopleiding te ontwikkelen in alle bedrijfstakken voor alle soorten werk en voor elk peil van vakbekwaamheid en verantwoordelijkheid;

(g) alle werknemers reële mogelijkheden te bieden om opnieuw onderwijs te gaan volgen op een peil dat mede bepaald wordt door hun beroepservaring;

(h) een nauwe samenwerking en coördinatie tot stand te brengen tussen de beroepskeuzevoorlichting en de beroepsopleiding buiten het schoolsysteem enerzijds, en de schoolkeuzevoorlichting en het schoolsysteem anderzijds;

(i) voorwaarden te scheppen die het de werknemers mogelijk maken hun beroepsopleiding aan te vullen met een opleiding in het vakbondswezen bij de organisaties die hen vertegenwoordigen;

(j) onderzoek in te stellen en administratieve bepalingen en methoden die nodig zijn voor de uitvoering van de programma's voor beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding aan te passen.

6. De beleidslijnen en de programma's voor beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding dienen:

(a) aan te sluiten bij de beleidslijnen en belangrijkste programma's voor economische en sociale ontwikkeling zoals die welke gericht zijn op het bevorderen van de werkgelegenheid, de maatschappelijke integratie, de plattelandsontwikkeling, de ontwikkeling van ambacht en industrie, de aanpassing van de arbeidsmethoden en de organisatie van de arbeid aan menselijke vereisten alsmede de verbetering van de werkomstandigheden;

(b) rekening te houden met de internationale wisselwerking en samenwerking op economisch en technologisch gebied;

(c) regelmatig te worden herzien in het licht van de actuele en de geplande economische en sociale ontwikkeling;

(d) activiteiten te bevorderen die de werknemers stimuleren om bij te dragen tot de verbetering van de internationale betrekkingen;

(e) bij te dragen tot een beter begrip van technische, wetenschappelijke, economische, sociale en culturele aangelegenheden;

(f) een aangepaste infrastructuur tot stand te brengen en te ontwikkelen voor het geven van passende opleiding aangaande essentiële normen op het gebied van bedrijfshygiëne en -veiligheid.

Regeling
Verdrag betreffende de rol van beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding bij de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
19-06-1980
BWB-id
BWBV0003733
Versie
1980-06-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl