wetzoeker

Artikel 11 Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut

Academische organisatie

1 Van de oprichting af kent het Instituut vier afdelingen, onderscheidenlijk gewijd aan de volgende studierichtingen:

- Economische wetenschappen

- Geschiedenis en cultuurwetenschappen

- Politieke en sociale wetenschappen

- Rechtswetenschappen.

De Raad van Bestuur kan, na raadpleging van de Academische Raad en met inachtneming van de opgedane ervaring, met eenparigheid van stemmen, deze indeling wijzigen of nieuwe afdelingen oprichten. De Academische Raad kan daartoe aanbevelingen doen.

2 Binnen de grenzen van de voor haar in de begroting uitgetrokken middelen alsmede van de voor

1) [Red: Lees: door.]

de Academische Raad vastgestelde programma’s, beschikt de afdeling over een hoge mate van zelfstandigheid bij de uitvoering van de haar opgedragen studie- en onderzoekswerkzaamheden en wordt haar het voor haar werking benodigde personeel toegewezen.

3 Het Instituut kan, rekening houdend met de bij het Instituut opgerichte afdelingen, een of meer centra voor interdisciplinaire studie en onderzoek omvatten. De oprichting of afschaffing van deze centra alsmede hun opdracht, bijzondere structuur en de algemene werkingsvoorwaarden worden vastgesteld bij besluit van de Raad van Bestuur genomen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen na raadpleging van de Academische Raad en de Raad voor Onderzoek.

Regeling
Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-05-2007
BWB-id
BWBV0003726
Versie
2007-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl