wetzoeker

Artikel 34 Europese Overeenkomst inzake de immuniteit van Staten

Algemene bepalingen

1 Geschillen die tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Staten mochten ontstaan met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst worden op verzoek van een der partijen bij het geschil of bij wijze van compromis voorgelegd aan het Internationaal Gerechtshof tenzij de partijen een andere vreedzame regeling van het geschil overeenkomen.

2 Aan het Internationaal Gerechtshof kan evenwel geen geschil worden voorgelegd:

(a) dat betrekking heeft op een vraag die aan de orde wordt gesteld in een geding dat door een Overeenkomstsluitende Staat aanhangig is gemaakt voor de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat, alvorens die rechter een vonnis heeft gewezen, dat voldoet aan de in artikel 20, eerste lid, letter (b), genoemde vereisten;

(b) dat betrekking heeft op een vraag die aan de orde wordt gesteld in een geding dat is ingesteld voor de rechter van een Overeenkomstsluitende Staat overeenkomstig artikel 21, eerste lid, alvorens die rechter in dat geding een eindvonnis heeft gewezen.

Regeling
Europese Overeenkomst inzake de immuniteit van Staten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
22-05-1985
BWB-id
BWBV0003721
Versie
1985-05-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl