wetzoeker

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël betreffende het internationale wegvervoer

Soort
Verdrag
Geldend vanaf
19-05-1977
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Buitenlandse Zaken
BWB-id
BWBV0003705
Versie
1977-05-19_0
SHA-256 bron
53d42979207a4ad95a97d6fcd15362283d71430310866876fa88103fbf990e61

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (10)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël betreffende het internationale wegvervoer

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder „voertuig”:

1. Ieder mechanisch voortbewogen voertuig dat is gebouwd of ingericht voor:

a. het vervoer van goederen

b. het trekken van een ander voertuig dat is gebouwd of ingericht voor het vervoer van goederen.

2. Iedere aanhangwagen of oplegger die is gebouwd voor het vervoer van goederen.

3. Ieder gemonteerd, verbonden of gekoppeld voertuig, met inbegrip van de hierboven omschreven voertuigen.

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël betreffende het internationale wegvervoer

Artikel 2

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen staat vervoerders die zijn gemachtigd door de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, toe zonder bijzondere vergunning door middel van voertuigen goederen tussen de beide landen te vervoeren:

a. tussen enige plaats op haar grondgebied en enige plaats op het grondgebied van het andere land,

b. in doorvoer over haar eigen grondgebied.

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël betreffende het internationale wegvervoer

Artikel 3

Niets in deze Overeenkomst wordt geacht vervoerders die zijn gemachtigd door de bevoegde autoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen, toe te staan goederen die zijn geladen op enige plaats op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij naar enige andere plaats op dat grondgebied te vervoeren.

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël betreffende het internationale wegvervoer

Artikel 4

Tenzij in deze Overeenkomst anders is bepaald, dienen vervoerders die zijn gemachtigd door de bevoegde autoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen, de wetten die van kracht zijn op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij na te leven.

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël betreffende het internationale wegvervoer

Artikel 5

In geval van overtreding van de bepalingen van deze Overeenkomst door een vervoerder die is gemachtigd door de bevoegde autoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen, kan de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied de overtreding plaatsvond, hiervan kennisgeven aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, die de maatregelen neemt waarin haar nationale wetgeving voorziet.

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël betreffende het internationale wegvervoer

Artikel 6

1 Voertuigen van vervoerders die zijn gemachtigd door de bevoegde autoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn, indien gebruikt bij internationaal vervoer vallend onder de bepalingen van deze Overeenkomst, vrijgesteld van belastingen en heffingen op het rijden met of het bezit van die voertuigen, en tevens van alle bijzondere belastingen of heffingen op het vervoer op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

2 De zich in de normale reservoirs van de voertuigen, genoemd in het eerste lid van dit artikel, bevindende brandstof, alsmede de uitsluitend voor de goede werking van die voertuigen bestemde smeermiddelen, zijn op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van invoerrechten en andere belastingen en betalingen.

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël betreffende het internationale wegvervoer

Artikel 7

Indien het gewicht of de afmetingen van een voertuig dat is geregistreerd op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen, indien gebruikt bij internationaal vervoer vallend onder de bepalingen van deze Overeenkomst, het toegestane maximum op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij overschrijdt, is een bijzondere toestemming van de bevoegde autoriteit van die Overeenkomstsluitende Partij vereist.

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël betreffende het internationale wegvervoer

Artikel 8

De bepalingen van deze Overeenkomst zoals vervat in de artikelen 1 t/m 7 gelden alle gelijkelijk voor het eigen vervoer van goederen.

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël betreffende het internationale wegvervoer

Artikel 9

1 De bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen regelen alle vraagstukken betreffende de uitvoering en de toepassing van deze Overeenkomst.

2 Te dien einde kunnen de Overeenkomstsluitende Partijen een Gemengde Commissie instellen.

3 De Gemengde Commissie komt bijeen op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen.

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël betreffende het internationale wegvervoer

Artikel 10

1 Deze Overeenkomst treedt in werking dertig dagen na de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar hebben medegedeeld dat aan hun constitutionele vereisten is voldaan.

2 Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst alleen van toepassing op het in Europa gelegen grondgebied van het Koninkrijk.

3 Deze Overeenkomst zal voor een tijdvak van een jaar vanaf de datum van haar inwerkingtreding van kracht blijven en zal daarna van jaar tot jaar stilzwijgend worden verlengd, tenzij zij door een van de Overeenkomstsluitende Partijen zes maanden voordat haar geldigheid verstrijkt, wordt opgezegd.