wetzoeker

III — Gevaarlijke arbeid in en buiten dienstverband Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces

Gevaarlijke arbeid in en buiten dienstverband

9. Wanneer de minimumleeftijd voor toelating tot die vormen van arbeid in en buiten dienstverband die schadelijk zijn voor de gezondheid, veiligheid of zedelijkheid van jeugdige personen, lager is dan achttien jaar, dienen onverwijld maatregelen te worden genomen om de minimumleeftijd op dat niveau te brengen.

10.

(1) Bij het bepalen van de vormen van arbeid in en buiten dienstverband zoals bedoeld in artikel 3 van het Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973 dient ten volle rekening te worden gehouden met de desbetreffende internationale arbeidsnormen, bijvoorbeeld de normen betreffende giftige stoffen of middelen of gevaarlijke processen (met inbegrip van de normen betreffende ioniserende straling,) het vervoer van zware vrachten en ondergrondse arbeid.

(2) De desbetreffende lijst van werkzaamheden in en buiten dienstverband dient op geregelde tijden opnieuw te worden nagegaan en naar behoefte te worden herzien, met name in het licht van de vooruitgang van wetenschap en techniek.

11. Wanneer krachtens artikel 5 van het Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973, niet onmiddellijk een minimumleeftijd is vastgesteld voor bepaalde economische bedrijfstakken of soorten ondernemingen, dienen niettemin gepaste voorzieningen inzake de minimumleeftijd te worden getroffen die van toepasssing zijn op die vormen van arbeid in en buiten dienstverband die risico's meebrengen voor jeugdige personen.

Regeling
Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
14-09-1977
BWB-id
BWBV0003701
Versie
1977-09-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl