wetzoeker

II — Minimumleeftijd Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces

Minimumleeftijd

6. De minimumleeftijd dient voor alle economische bedrijfstakken dezelfde te zijn.

7.

(1) De Leden dienen zich als doel te stellen de minimumleeftijd voor toelating tot arbeid in en buiten dienstverband, zoals bedoeld in artikel 2 van het Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973, geleidelijk op zestien jaar te brengen.

(2) Wanneer de minimumleeftijd voor toelating tot arbeid in en buiten dienstverband, zoals bedoeld in artikel 2 van het Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973, nog steeds lager is dan vijftien jaar, dienen zo spoedig mogelijk maatregelen te worden genomen om de minimumleeftijd op dat niveau te brengen.

8. Wanneer het niet mogelijk is onmiddellijk een minimumleeftijd vast te stellen voor alle vormen van arbeid in de landbouw en voor aanverwante werkzaamheden die op het platteland worden uitgevoerd, dient een dergelijke leeftijd tenminste te worden vastgesteld voor arbeid op plantages en andere landbouwbedrijven, zoals bedoeld in artikel 5, derde lid, van het Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973.

Regeling
Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
14-09-1977
BWB-id
BWBV0003701
Versie
1977-09-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl