wetzoeker

V — Voorwaarden voor het verlenen van betaald scholings- en vormingsverlof Verdrag betreffende betaald scholings- en vormingsverlof

Voorwaarden voor het verlenen van betaald scholings- en vormingsverlof

13. Betaald scholings- en vormingsverlof mag werknemers niet worden geweigerd op grond van hun ras, kleur, geslacht, godsdienst, politieke overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst.

14. De werknemers dienen de vrijheid te hebben zelf te besluiten aan welke scholings- of vormingsprogramma's zij willen deelnemen.

15. Er dienen, naar behoefte, bijzondere bepalingen ten aanzien van betaald scholings- en vormingsverlof te worden opgesteld:

a) wanneer bijzondere categorieën werknemers, zoals werknemers bij kleine ondernemingen, werknemers op het platteland of anderen die in afgelegen gebieden wonen, werknemers in ploegendiensten of werknemers met gezinsverantwoordelijkheid, moeilijkheden ondervinden bij het gebruikmaken van de algemene regelingen;

b) wanneer bijzondere categorieën ondernemingen, zoals kleine ondernemingen of seizoengebonden ondernemingen, moeilijkheden ondervinden bij het toepassen van de algemene regelingen, met dien verstande dat de werknemers in die ondernemingen niet mogen worden uitgesloten van betaald scholings- en vormingsverlof.

16. De voorwaarden waaraan de werknemers moeten voldoen voor het verkrijgen van betaald scholings- en vormingsverlof kunnen verschillen al naar gelang dit verlof wordt verleend voor:

a) vorming op alle niveaus;

b) algemene en sociale vorming of ontwikkeling van de burgerschapszin;

c) vorming met betrekking tot vakbondsactiviteiten.

17.

(1) Bij het vaststellen van de voorwaarden waaraan de werknemers moeten voldoen om gebruik te maken van betaald scholings- en vormingsverlof, dient rekening te worden gehouden met de soorten bestaande scholings- of vormingsprogramma's, met de behoeften van de werknemers en hun organisaties, met die van de ondernemingen alsmede met het algemeen belang.

(2) De keuze van de kandidaten voor betaald scholings- en vormingsverlof met betrekking tot vakbondsactiviteiten berust bij de betrokken werknemersorganisaties.

(3) Over de wijze waarop aan werknemers die voldoen aan de gestelde eisen, een betaald scholings- of vormingsverlof wordt verleend, dient overeenstemming te worden bereikt tussen de betrokken ondernemingen of werkgeversorganisaties enerzijds en de betrokken werknemersorganisaties anderzijds, op zodanige wijze dat het goed functioneren van de betrokken ondernemingen gewaarborgd blijft.

18.

(1) Wanneer de vormingsprogramma's met betrekking tot vakbondsactiviteiten uitgaan van de vakorganisaties zelf, dienen deze verantwoordelijk te zijn voor de opzet, de goedkeuring en de uitvoering van deze programma's.

(2) Wanneer dergelijke programma's uitgaan van andere vormingsinstellingen of -organen, dienen zij te worden uitgewerkt in overeenstemming met de betrokken vakorganisaties.

19. Rekening houdend met nationale of lokale omstandigheden en met de omstandigheden van de onderneming, dienen bepaalde categorieën werknemers of bepaalde beroepen of functies die een bijzonder dringende behoefte hebben aan vorming of opleiding, voorrang te genieten bij de verlening van betaald scholings- en vormingsverlof.

20. De uitkeringen aan werknemers gedurende betaald scholings- of vormingsverlof dienen zodanig te zijn dat:

a) het niveau van hun inkomen blijft gehandhaafd door doorbetaling van hun salaris en andere uitkeringen of door een passende compensatie daarvoor, overeenkomstig het bepaalde in de nationale wetgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten, arbitrale uitspraken of op een andere wijze, overeenkomstig nationale gebruiken,

b) rekening is gehouden met alle belangrijke extra kosten die voortvloeien uit de vorming of opleiding.

21. Voor het vaststellen van het recht op sociale uitkeringen en van andere uit de arbeidsverhouding voortvloeiende rechten wordt de periode van betaald scholings- en vormingsverlof gelijkgesteld met een periode van verrichte arbeid, overeenkomstig het bepaalde in de nationale wetgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten, arbitrale uitspraken of op iedere andere wijze overeenkomstig nationale gebruiken.

Regeling
Verdrag betreffende betaald scholings- en vormingsverlof
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
14-09-1977
BWB-id
BWBV0003695
Versie
1977-09-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl