wetzoeker

III — Maatregelen ter bevordering van betaald scholings- en vormingsverlof Verdrag betreffende betaald scholings- en vormingsverlof

Maatregelen ter bevordering van betaald scholings- en vormingsverlof

7. De openbare autoriteiten, werkgevers- en werknemersorganisaties, instellingen of organen die vorming en opleiding verzorgen, dienen overeenkomstig nationale omstandigheden en gebruiken te worden betrokken bij de uitwerking en de toepassing van het beleid dat is gericht op bevordering van betaald scholings- en vormingsverlof.

8. Op grond van de aan de doelstellingen van dit beleid aangepaste plannen, dienen maatregelen te worden genomen om:

a) de huidige en toekomstige behoeften van de werknemers aan vorming en opleiding waaraan tegemoet kan worden gekomen met betaald scholings- en vormingsverlof vast te stellen;

b) alle bestaande voorzieningen voor vorming en opleiding volledig te benutten en nieuwe mogelijkheden te openen om de door betaald scholings- en vormingsverlof beoogde doelstellingen te bereiken;

c) bij de onderwijsmethoden en vormings- en opleidingsprogramma's rekening te houden met de doeleinden en voorwaarden van betaald scholings- en vormingsverlof waaruit nieuwe behoeften blijken;

d) de werknemers aan te moedigen een zo goed mogelijk gebruik te maken van de tot hun beschikking staande mogelijkheden tot scholing en vorming;

e) de werkgevers aan te moedigen betaald scholings- en vormingsverlof te verlenen aan de werknemers.

9. Er dienen passende systemen te worden opgesteld voor informatie en voorlichting omtrent de mogelijkheden voor betaald scholings- en vormingsverlof.

10. Passende maatregelen dienen te worden genomen opdat de gegeven vorming en opleiding van goede kwaliteit zijn.

Regeling
Verdrag betreffende betaald scholings- en vormingsverlof
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
14-09-1977
BWB-id
BWBV0003695
Versie
1977-09-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl