wetzoeker

9 Verdrag betreffende de continuering van werkgelegenheid voor zeevarenden

(1) Voor zover mogelijk dient iedere noodzakelijk geworden vermindering van het personeelsbestand van zulk een register of lijst geleidelijk te geschieden en zonder dat daarbij werknemers worden ontslagen.

Daartoe kan van de ervaring verkregen in de techniek van de personeelsplanning op bedrijfs- en bedrijfstakniveau op doelmatige wijze in de maritieme bedrijfstak gebruik worden gemaakt.

(2) Ten einde de omvang van de vermindering te bepalen dient onder andere rekening te worden gehouden met:

(a) natuurlijk verloop;

(b) beëindiging van werving;

(c) uitsluiting van personen, wier voornaamste inkomen niet afkomstig is uit werk in de zeevaart;

(d) verlaging van de pensioengerechtigde leeftijd of het vergemakkelijken van vervroegde vrijwillige pensionering door toekenning van pensioenen, aanvullingen op staatspensioenen of betaling van bedragen ineens.

Regeling
Verdrag betreffende de continuering van werkgelegenheid voor zeevarenden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
10-01-1980
BWB-id
BWBV0003677
Versie
1980-01-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl