wetzoeker

1 Verdrag betreffende de continuering van werkgelegenheid voor zeevarenden

(1) Behoudens het bepaalde in paragraaf 11 is deze Aanbeveling van toepassing op personen die regelmatig beschikbaar zijn voor arbeid als zeevarenden en die hun jaarlijks inkomen hoofdzakelijk uit deze arbeid verkrijgen.

(2) Voor de toepassing van deze Aanbeveling wordt onder de uitdrukking zeevarenden verstaan een ieder als zodanig aangemerkt door de nationale wetgeving, de nationale praktijk of door collectieve arbeidsovereenkomsten, die gewoonlijk als bemanningslid aan boord van een zeeschip is tewerkgesteld, behalve op

(a) een oorlogsschip;

(b) een schip dat wordt gebruikt voor de visvangst of daarmee direct verband houdende werkzaamheden of voor de walvisvangst of soortgelijke doeleinden.

(3) De nationale wetgeving dient te bepalen welke schepen voor de toepassing van deze Aanbeveling als zeeschepen dienen te worden beschouwd.

(4) De betrokken organisaties van werkgevers en werknemers dienen te worden geraadpleegd of op andere wijze deel te nemen aan het opstellen en het herzien van de omschrijvingen krachtens (2) en (3) van deze paragraaf.

Regeling
Verdrag betreffende de continuering van werkgelegenheid voor zeevarenden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
10-01-1980
BWB-id
BWBV0003677
Versie
1980-01-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl