wetzoeker

Artikel XVI Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten

1 De Verdragsluitende Partijen kunnen, voor het behandelen van bijzondere problemen op het gebied van de bescherming van planten die speciale aandacht of optreden vereisen, aanvullende overeenkomsten sluiten. Deze overeenkomsten kunnen van toepassing zijn op specifieke regio’s, specifieke ziekten, specifieke planten en plantaardige producten, specifieke wijzen van internationaal vervoer van planten en plantaardige producten, of anderszins een aanvulling vormen op de bepalingen van dit Verdrag.

2 Iedere aanvullende overeenkomst treedt voor elke betrokken Verdragsluitende Partij in werking na de aanvaarding daarvan in overeenstemming met de bepalingen van de desbetreffende aanvullende overeenkomsten.

3 De aanvullende overeenkomsten ondersteunen de intentie van dit Verdrag en dienen in overeenstemming te zijn met de beginselen en de bepalingen van dit Verdrag, alsmede met de beginselen van doorzichtigheid, non-discriminatie en het vermijden van verkapte beperkingen, met name ten aanzien van de internationale handel.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten
Afkortingen
IPPC, IPPC herzien
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-10-2005
BWB-id
BWBV0003652
Versie
2005-10-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl