wetzoeker

Artikel IV Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten

1 Elke Verdragsluitende Partij treft zo goed mogelijk voorzieningen voor het instellen van een officiële nationale organisatie ter bescherming van planten met de in dit artikel genoemde voornaamste verantwoordelijkheden.

2 De verantwoordelijkheden van een officiële nationale organisatie ter bescherming van planten zijn de volgende:

a) het afgeven van certificaten betrekking hebbende op de fytosanitaire voorschriften van de importerende Verdragsluitende Partij voor zendingen planten, plantaardige producten en andere gereguleerde artikelen;

b) het toezicht houden op planten te velde, van zowel cultuurgrond (onder andere velden, aanplantingen, kwekerijen, tuinen, kassen en laboratoria) als van wilde flora, en van planten en plantaardige producten in opslag en in transit, speciaal met het doel het voorkomen, het uitbreken en het verspreiden van ziekten te melden en deze te bestrijden, met inbegrip van de meldingen bedoeld in artikel VIII, eerste lid, onder a;

c) het onderzoeken van zendingen planten en plantaardige producten die in het internationale verkeer worden gebracht en, voor zover van toepassing, het onderzoeken van andere gereguleerde artikelen, in het bijzonder om te voorkomen dat ziekten en plagen binnendringen en/of zich verspreiden;

d) het toepassen van bestrijdingsmaatregelen of ontsmetten van zendingen planten, plantaardige producten en andere gereguleerde artikelen die in het internationale verkeer worden gebracht, teneinde aan de fytosanitaire eisen te voldoen;

e) het beschermen van kwetsbare gebieden en het aanwijzen en in stand houden van en toezicht houden op ziekte- of plaagvrije gebieden en gebieden met een lage ziekte- of plaagprevalentie;

f) het uitvoeren van risicoanalyses van ziekten of plagen;

g) ervoor zorgdragen, door middel van geschikte procedures, dat de fytosanitaire veiligheid van zendingen na certificering, ten aanzien van samenstelling, vervanging en herbesmetting voorafgaand aan de export gehandhaafd blijft; en

h) opleiding en ontwikkeling van het personeel.

3 Elke Verdragsluitende Partij treft zo goed mogelijk voorzieningen voor het volgende:

a) het verspreiden van informatie binnen het grondgebied van de Verdragsluitende Partij betreffende gereguleerde ziekten en plagen en de middelen ter voorkoming en bestrijding daarvan;

b) wetenschappelijk en ander onderzoek op het gebied van de bescherming van planten;

c) het uitvaardigen van fytosanitaire voorschriften; en

d) het verrichten van alle overige taken die voor de uitvoering van dit Verdrag vereist kunnen zijn.

2 Iedere Verdragsluitende Partij zal aan de Secretaris een beschrijving geven van haar officiële nationale organisatie voor de bescherming van planten en van eventuele veranderingen in deze organisatie. Op verzoek daartoe doet een Verdragsluitende Partij een beschrijving van haar organisatorische regelingen voor de bescherming van planten toekomen aan een andere Verdragsluitende Partij.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten
Afkortingen
IPPC, IPPC herzien
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-10-2005
BWB-id
BWBV0003652
Versie
2005-10-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl