wetzoeker

Hoofdstuk IV — Uitzonderingen Verdrag inzake het wegverkeer

Uitzonderingen

60. Voor hun eigen grondgebied kunnen de Verdragsluitende Partijen uitzonderingen toestaan op de bepalingen van deze Bijlage met betrekking tot:

a. motorvoertuigen en aanhangwagens met een toegestane maximum constructiesnelheid van niet meer dan 30 km per uur of voertuigen met een toegestane maximum snelheid die door de nationale wetgeving is beperkt tot 30 km per uur;

b. invalidenwagens, d.w.z. kleine motorvoertuigen die speciaal zijn ontworpen en vervaardigd – en niet zijn aangepast – voor het gebruik door personen met beperkte mobiliteit;

c. voertuigen die zijn aangepast voor het gebruik door personen met beperkte mobiliteit;

d. voertuigen die worden gebruikt voor experimentele doeleinden teneinde de vooruitgang van de techniek bij te houden en de veiligheid op de weg te bevorderen;

e. voertuigen van een bijzonder model of type, of die worden gebruikt voor speciale doeleinden onder bijzondere omstandigheden zoals sneeuwploegen;

61. De Verdragsluitende Partijen kunnen eveneens uitzonderingen toestaan op de bepalingen van deze Bijlage met betrekking tot de door haar ingeschreven voertuigen die aan het internationale verkeer kunnen deelnemen:

a. ten aanzien van de plaats van de lichten op voertuigen voor bijzondere doeleinden met een zodanige uitwendige vorm dat niet aan de vastgestelde bepalingen kan worden voldaan zonder het gebruik van hulpmiddelen die gemakkelijk kunnen worden beschadigd of afgerukt;

b. met betrekking tot aanhangwagens die lange ladingen vervoeren (boomstammen, buizen, e.d.) en die tijdens het rijden niet aan het trekkende voertuig zijn gekoppeld, maar die daarmee alleen door middel van de lading verbonden zijn;

c. door het uitstralen van wit licht naar achteren en rood licht naar voren toe te staan voor de volgende voorzieningen:

– speciale waarschuwingslichten van voorrangsvoertuigen;

– vaste lichten voor uitzonderlijke ladingen;

– zijlichten en retroreflectoren;

– bedrijfsverlichtingssignalen op het dak;

d. door op een voertuig van een bijzondere vorm of soort of voor bijzondere gebruiksdoeleinden onder bijzondere omstandigheden, afwisselend rode reflecterende of fluorescerende stroken en witte retroreflecterende stroken toe te staan;

e. door het uitstralen naar achteren toe te staan van wit of gekleurd licht dat wordt weerkaatst door cijfers of letters of door de achtergrond van de achterkentekenplaten, door onderscheidingstekens of andere krachtens de nationale wetgeving vereiste onderscheidingsmarkeringen;

f. door het aanbrengen toe te staan van witte opvallende markeringen aan de achterzijde van motorvoertuigen en aanhangwagens.

Regeling
Verdrag inzake het wegverkeer
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
09-02-2025
BWB-id
BWBV0003507
Versie
2025-02-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl