wetzoeker

Nr. II Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Australië houdende een overeenkomst inzake een defensiebeveiligingsregeling

's-Gravenhage, 2 december 1977

Excellentie,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uwe Excellentie's brief van heden, welke luidt als volgt:

(zoals in Nr. I)

Ik heb de eer te bevestigen dat het bovenstaande aanvaardbaar is voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en dat Uw brief en mijn antwoord de overeenkomst vormen die in werking zal treden op de datum waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden de Regering van Australië schriftelijk ervan in kennis stelt dat is voldaan aan de in het Koninkrijk der Nederlanden constitutioneel vereiste procedures.

Gelieve, Mijnheer de Ambassadeur, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

(w.g.) M. VAN DER STOEL

Mr. M. van der Stoel

Minister van Buitenlandse Zaken

van het Koninkrijk der Nederlanden

Zijne Excellentie

Sir David Eric Fairbairn

Ambassadeur van Australië

's-Gravenhage

Regeling
Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Australië houdende een overeenkomst inzake een defensiebeveiligingsregeling
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
27-07-1978
BWB-id
BWBV0003467
Versie
1978-07-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl