wetzoeker

Voorschrift V/1-2 Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978

BIJZONDERE EISEN INZAKE OPLEIDING VAN PERSONEEL OP BEPAALDE SCHEEPSTYPEN

1 Officieren en gezellen aan wie specifieke taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de lading of de bijbehorende uitrusting op vloeibaar-gastankschepen worden opgedragen, dienen in het bezit te zijn van een bewijs van de basistraining voor de behandeling van lading op vloeibaar-gastankschepen.

2 Kandidaten voor een bewijs van de basistraining voor de behandeling van lading op vloeibaar-gastankschepen dienen de basistraining te hebben voltooid in overeenstemming met de bepalingen van sectie A-VI/1 van de STCW-Code en:

.1 ten minste drie maanden goedgekeurde diensttijd buitengaats op vloeibaar-gastankschepen te hebben verricht en te voldoen aan de normen van vaarbevoegdheid omschreven in sectie A-V/1-2, eerste punt, van de STCW-Code; of

.2 een goedgekeurde basistraining voor de behandeling van lading op vloeibaar-gastankschepen te hebben voltooid en te voldoen aan de normen van vaarbevoegdheid omschreven in sectie A-V/1-2, eerste punt, van de STCW-Code.

3 Kapiteins, hoofdwerktuigkundigen, eerste stuurlieden, tweede scheepswerktuigkundigen en personen die rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor het laden, lossen, de zorg tijdens het vervoer, de behandeling van lading, reiniging van tanks of andere ladinggerelateerde werkzaamheden op vloeibaar-gastankschepen dienen in het bezit te zijn van een bewijs van de vervolgtraining voor de behandeling van lading op vloeibaar-gastankschepen.

4 Kandidaten voor een bewijs van de vervolgtraining voor de behandeling van lading op vloeibaar-gastankschepen:

.1 voldoen aan de vereisten voor een bewijs van de basistraining voor de behandeling van lading op vloeibaar-gastankschepen; en

.2 dienen in aanmerking te komen voor een bewijs van de basistraining voor de behandeling van lading op vloeibaar-gastankschepen en:

.2.1 ten minste drie maanden goedgekeurde diensttijd buitengaats op vloeibaar-gastankschepen te hebben verricht, of

2.2 ten minste een maand goedgekeurde opleiding aan boord van vloeibaar-gastankschepen te hebben voltooid als boventallig personeelslid, die ten minste drie laad- en drie loshandelingen omvat, hetgeen is vastgelegd in een goedgekeurd stageboek, waarbij de richtlijnen in sectie B-V/1 in acht worden genomen; en

.3 de goedgekeurde vervolgtraining voor ladingwerkzaamheden op vloeibaar-gastankschepen te hebben voltooid en voldoen aan de normen van vaarbevoegdheid omschreven in sectie A-V/1-2, tweede punt, van de STCW-Code.

5 De Administraties waarborgen dat een bewijs van bekwaamheid wordt afgegeven aan zeevarenden die in overeenstemming met lid 2 of 4, naargelang van toepassing, gekwalificeerd zijn, of dat een bestaand vaarbevoegdheidsbewijs of een bewijs van bekwaamheid naar behoren van een verklaring wordt voorzien.

Regeling
Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978
Afkortingen
STCW, STCW 1978
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBV0003452
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl