wetzoeker

Voorschrift II/4 Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978

KAPITEIN EN DEKDIENST

1 Iedere gezel die deel uitmaakt van de brugwacht op een zeeschip met een brutotonnage van 500 of meer, uitgezonderd gezellen in opleiding en gezellen wier taken op de brug van ongeschoolde aard zijn, dient in het bezit te zijn van een passend bewijs op grond waarvan hij deze taken mag verrichten.

2 Kandidaten die een bewijs wensen te verkrijgen:

.1 mogen niet jonger zijn dan 16 jaar;

.2 hebben:

.2.1 een goedgekeurde diensttijd buitengaats voltooid, waaronder ten minste zes maanden opleiding en ervaring, of

.2.2 een bijzondere training voltooid, hetzij voor, hetzij tijdens het verblijf aan boord, met inbegrip van een goedgekeurde periode van ten minste twee maanden; en

.3 voldoen aan de eisen van bekwaamheid omschreven in sectie A-II/4 van de STCW-Code.

3 De diensttijd buitengaats, training en ervaring, vereist volgens de leden 2.2.1 en 2.2.2, dienen verband te houden met het verrichten van de functies op het gebied van de brugwacht en deze dienen taken te omvatten die worden verricht onder rechtstreeks toezicht van de kapitein, de officier, belast met de brugwacht, of een bevoegde gezel.

Regeling
Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978
Afkortingen
STCW, STCW 1978
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBV0003452
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl