wetzoeker

Bijlage II Fytosanitaire Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen

A. BIJZONDERE EISEN BIJ INVOER VAN PLANTEN, PLANTAARDIGE PRODUKTEN EN ANDER MATERIAAL IN NEDERLAND

1. | Hout van de iep (Ulmus L.) | Het hout moet van de bast zijn ontdaan.

2. | Kastanjeplanten (Castanea Mill.) | De planten moeten zijn gegroeid op een terrein waarop bij inspectie door een officiële instantie tijdens het voorafgaande groeiseizoen geen verschijnselen, veroorzaakt door Endothia parasitica zijn waargenomen.

3. | Eikeplanten (Quercus L.) | De planten moeten zijn gegroeid op een terrein waarop bij inspectie door een officiële instantie tijdens het voorafgaande groeiseizoen geen verschijnselen, veroorzaakt door Endothia parasitica of Cronartium quercuum zijn waargenomen.

4. | Populiereplanten (Populus L.), met uitzondering van vruchten en zaden | De planten moeten zijn gegroeid op een terrein waarop bij inspectie door een officiële instantie tijdens het voorafgaande groeiseizoen geen verschijnselen, veroorzaakt door Septoria musiva zijn waargenomen. De planten moeten tijdens de voorafgaande vegetatieperiode te velde gekeurd zijn door een officiële instantie en daarbij vrij zijn bevonden van door virusziekten veroorzaakte verschijnselen.

5. | Planten van het geslacht Pinus L., met uitzondering van vruchten en zaden | De planten moeten zijn gegroeid op een terrein waarop bij inspectie door een officiële instantie tijdens het voorafgaande groeiseizoen geen verschijnselen, veroorzaakt door Cronartium quercuum zijn waargenomen.

6. | Aardappelen (Solanum tuberosum), met uitzondering van pootaardappelen | De aardappelen moeten zijn gegroeid op een terrein dat bij inspectie door een officiële instantie vrij is bevonden van Synchytrium endobioticum en Corynebacterium sepedonicum.

7. | Pootaardappelen (Solanum tuberosum) | De aardappelen moeten zijn gegroeid op een terrein dat bij inspectie door een officiële instantie vrij is bevonden van Synchytrium endobioticum, Corynebacterium sepedonicum en Heterodera rostochiensis. De aardappelen moeten afkomstig zijn van een gewas dat tijdens de voorafgaande vegetatieperiode door een officiële instantie te velde is gekeurd en daarbij vrij is bevonden van de virusziekten van de aardappel, genoemd in BIJLAGE I, deel A, d, 2.

8. | Bewortelde planten die zijn opgepot of bestemd voor uitplanten en die gekweekt zijn in de volle grond | De planten moeten zijn gegroeid op een terrein waarop bij inspectie door een officiële instantie geen Synchytrium endobioticum of Coryne-bacterium sepedonicum is waargenomen en dat vrij is bevonden van Heterodera rostochiensis.

9. | Crataegus L., Cotoneaster B. Ehrh., Cydonia Mill., Malus Mill., Pyracantha Roem., Pyrus L., Sorbus L., Stranvaesia Ldl., met uitzondering van siertakken, vruchten en zaden. | De planten moeten zijn gegroeid op een terrein waarop, evenals in de naaste omgeving, bij inspectie door een officiële instantie tijdens het voorafgaande groeiseizoen geen verschijnselen, veroorzaakt door Erwinia amylovora zijn waargenomen.

10. | Cydonia Mill., Ligustrum L., Malus Mill., Prunus L., Pyrus L., Ribes L., Rosa L., Rubus, Syringa L., met uitzondering van snijbloemen, siertakken, vruchten en zaden. | De planten moeten tijdens de voorafgaande vegetatieperiode te velde gekeurd zijn door een officiële instantie en daarbij vrij zijn bevonden van door virusziekten veroorzaakte verschijnselen.

11. | De volgende, tot het geslacht Prunus behorende plantesoorten, met uitzondering van vruchten, zaden en siertakken: Prunus cerasifera, P. domestica, P. insititia, P. salicina, P. armeniaca, P. amygdalus, P. persica, P. brigantina, P. nigracerasifera, P. spinosa, P. tomentosa, P. triloba. | Onverminderd de in punt 10 gestelde eis moeten de planten, uitgezonderd zaailingen, afkomstig zijn van moederplanten die door een officiële instantie zijn gekeurd en vrij van het virus Sharka zijn bevonden. De planten moeten zijn gegroeid op een terrein waarop, evenals in de naaste omgeving, bij inspectie door een officiële instantie tijdens het voorafgaande groeiseizoen geen verschijnselen van het virus Sharka zijn waargenomen.

12. | Planten van het geslacht Vitis L. partim, met uitzondering van vruchten en zaden. | De planten moeten tijdens de voorafgaande vegetatieperiode te velde gekeurd zijn door een officiële instantie en daarbij vrij zijn bevonden van door virusziekten veroorzaakte verschijnselen.

13. | Aardbeiplanten (Fragaria (Tourn. ) L. ), met uitzondering van vruchten en zaden. | De planten moeten zijn gegroeid op een terrein waarop bij inspectie door een officiële instantie tijdens het voorafgaande groeiseizoen geen verschijnselen, veroorzaakt door Phytophthora fragariae zijn waargenomen. De planten moeten tijdens de voorafgaande vegetatieperiode te velde gekeurd zijn door een officiële instantie en daarbij vrij zijn bevonden van door virusziekten veroorzaakte verschijnselen.

14. | Tulpe- en Narcissebollen (Tulipa L. en Narcissus L. ) | De planten moeten zijn gegroeid op een terrein waarop bij inspectie door een officiële instantie tijdens het voorafgaande groeiseizoen geen verschijnselen veroorzaakt door Ditylenchus dipsaci var. tulipae zijn waargenomen

15. | Bloemknollen van gladiolen (Gladiolus L. ) | De planten moeten zijn gegroeid op een terrein waarop bij inspectie door een officiële instantie tijdens het voorafgaande groeiseizoen geen verschijnselen, veroorzaakt door Uromyces transversalis (Thüm.) Wint. zijn waargenomen.

16. | Acer L., Cotoneastei B. Ehrh., Crataegus L., Cydonia Mill., Euonymus L., Fagus L., Juglans L., Ligustrum L., Malus MUL, Populus L., Prunus L., Pyrus L., Ribes L., Rosa L. . Salix L., Sorbus L., Syringa L., Tilia L., Ulmus L., Vitis L. | Geïmporteerde planten moeten bij aankomst in Nederland worden ontsmet met een middel ter bestrijding van Quadraspidiotus perniciosus, met uitzondering van enten, snijbloemen, siertakken, zaaizaden, vruchten en ondergrondse delen.

Regeling
Fytosanitaire Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-11-1979
BWB-id
BWBV0003429
Versie
1979-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl