wetzoeker

Artikel 21 Protocol inzake de voorrechten en immuniteiten van de Europese Organisatie voor astronomisch onderzoek op het zuidelijk halfrond

1 De voorrechten en immuniteiten waarin dit Protocol voorziet zijn niet in het leven geroepen met het oogmerk aan de begunstigden persoonlijk voordeel toe te kennen. Zij zijn uitsluitend ingesteld teneinde het onbelemmerd functioneren van de Organisatie, zomede de volledige onafhankelijkheid van de personeelsleden aan wie zij worden toegekend onder alle omstandigheden te verzekeren.

2 De Directeur-Generaal of de persoon die hem vervangt, of indien het de vertegenwoordiger betreft van een Staat die partij is bij dit Protocol, de Regering van genoemde Staat of indien het de Directeur-Generaal zelf betreft, de Raad, hebben het recht en de plicht deze immuniteit op te heffen indien zij van oordeel zijn dat deze immuniteit de normale rechtsgang belemmert en dat het mogelijk is van deze immuniteit afstand te doen zonder de doeleinden waarvoor zij is toegekend in gevaar te brengen.

Regeling
Protocol inzake de voorrechten en immuniteiten van de Europese Organisatie voor astronomisch onderzoek op het zuidelijk halfrond
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
16-09-1975
BWB-id
BWBV0003422
Versie
1975-09-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl