wetzoeker

2° — Ten aanzien van artikel 3 van de Akte. Herziene Rijnvaartakte

Ten aanzien van artikel 3 van de Akte.

A. Eenstemmig wordt erkend, dat de bepalingen van het eerste lid van dit artikel niet van toepassing zijn op de vergoedingen, die voor het openen en sluiten van die bruggen geheven worden op andere waterwegen dan de Rijn, noch ten aanzien van de rechten, te heffen voor het gebruik van kunstmatig aangelegde waterwegen of van kunstwerken, als sluizen, enz.

B. De gevolmachtigde van Pruisen merkt op dat op de Ruhr nog een gering scheepvaartrecht geheven wordt, dat zijn Regering het voornemen heeft om dat recht binnen een korte termijn af te schaffen, maar dat hij aan zijn Regering het recht moet voorbehouden om later het tijdstip te bepalen, waarop die afschaffing zal kunnen plaats vinden.

De gevolmachtigde van Nederland verklaart van zijn kant dat de ambtenaren, belast met de bakendienst op een gedeelte van de Maas in het Hertogdom Limburg, nog enige geringe bakengelden heffen, welke niet kunnen worden afgeschaft zonder medewerking van de Regering van België, en dat hij daarom aan zijn Regering de uitvoering moet voorbehouden van de bepalingen, vervat in het tweede lid van artikel 3, voor wat betreft het bedoelde gedeelte van de Maas.

De andere gevolmachtigden hebben tegen deze voorbehouden generlei bedenking ingebracht.

Regeling
Herziene Rijnvaartakte
Afkortingen
Akte van Mannheim
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-11-2011
BWB-id
BWBV0003363
Versie
2011-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl