wetzoeker

Artikel 37bis Herziene Rijnvaartakte

d) Wanneer in eenzelfde geschil, de verzoeker en de verweerder beiden binnen de wettelijke termijnen in hoger beroep zijn gegaan, de een bij de Centrale Commissie en de ander bij de hogere nationale rechtbank, dan beslist de rechterlijke instantie waar het geschil het eerst is voorgebracht over beide beroepen.

Het hoger beroep dat bij de Centrale Commissie is ingesteld, wordt geacht van kracht te zijn zodra het volgens de in de tweede alinea van artikel 37 genoemde vormvoorschriften en voorwaarden betekend is aan de rechtbank die in eerste aanleg vonnis heeft gewezen. Indien de beide hogere beroepen op dezelfde dag zijn ingediend neemt de rechterlijke instantie waarbij de verweerder hoger beroep heeft ingesteld van beide beroepen kennis.

ledere rechterlijke beroepsinstantie onderzoekt ambtshalve of een hoger beroep reeds aanhangig werd gemaakt bij de andere beroepsinstantie.

De beroepsinstantie, die volgens de eerste alinea niet van het beroep kennis mag nemen, verwijst, op verzoek van de appellant, het geschil naar de beroepsinstantie die volgens genoemde alinea van beide beroepen kennis dient te nemen. Indien het beroep binnen de vereiste termijn is ingediend bij de beroepsinstantie die niet van het beroep kennis mag nemen, wordt de beroepstermijn ook geacht te zijn in acht genomen ten opzichte van de andere beroepsinstantie.

Tot de kosten betreffende het beroep behoren tevens de kosten die, volgens de wetgeving van de instantie die niet van het beroep kennis mocht nemen, door het aanvangen van de beroepsprocedure zijn veroorzaakt.

Regeling
Herziene Rijnvaartakte
Afkortingen
Akte van Mannheim
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-11-2011
BWB-id
BWBV0003363
Versie
2011-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl