wetzoeker

Artikel 26 Verdrag betreffende de arbeidsvoorwaarden van Rijnvarenden

Toepassing van het Verdrag

Tenzij bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij individuele arbeidsovereenkomst anders is bepaald, gelden ten aanzien van geschillen, gerezen tussen werkgevers en Rijnvarenden, ongeacht de nationaliteit van de Rijnvarende, de navolgende regelingen:

a)

(i) Indien de werkgever een rederij of reder is, die haar, onderscheidenlijk zijn hoofdkantoor in een Rijnoeverstaat of in België heeft, zal het geschil worden onderworpen aan de beslissing van het bevoegde orgaan van de Verdragsluitende Staat, op wiens grondgebied zich dat hoofdkantoor bevindt.

(ii) Indien de werkgever een rederij of reder is, die haar, onderscheidenlijk zijn hoofdkantoor heeft in een der Verdragsluitende Staten die niet is een Rijnoeverstaat of België, doch een bijkantoor heeft op het grondgebied van een dezer Staten, kan het geschil op geldige wijze worden onderworpen aan de beslissing van het bevoegde orgaan van de Verdragsluitende Staat, waar dat bijkantoor is gevestigd.

b) Wanneer de werkgever een eigenaar is, die zijn schip zelf exploiteert en die niet beschikt over een hoofdkantoor of bijkantoor op het grondgebied van de Staat wiens onderdaan hij is en die Partij is bij dit Verdrag, zal het geschil worden onderworpen aan de beslissing van het bevoegde orgaan van de Verdragsluitende Staat, op wiens grondgebied deze eigenaar zijn woonplaats heeft en indien hij geen woonplaats heeft op het grondgebied van een der Verdragsluitende Staten, zal het geschil worden onderworpen aan de beslissing van het bevoegde orgaan van de Verdragsluitende Staat wiens onderdaan hij is.

Regeling
Verdrag betreffende de arbeidsvoorwaarden van Rijnvarenden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-12-1959
BWB-id
BWBV0003279
Versie
1959-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl