Voorschrift 6 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
AANVULLENDE VEILIGHEIDSMAATREGELEN VOOR BULKCARRIERS
1 Bulkcarriers met een lengte van 150 m en meer met een enkelzijdige huidconstructie, die vaste bulkladingen vervoeren met een dichtheid van 1780 kg/m3 en meer, gebouwd vóór 1 juli 1999, moeten in overeenstemming met het in voorschrift 3 vermelde implementatieschema aan de volgende vereisten voldoen:
.1 Het waterdichte dwarsschot tussen de twee voorste laadruimen en de dubbele bodem van het voorste laadruim moet voldoende sterk zijn om vollopen van het voorste laadruim te weerstaan, tevens rekening houdend met de dynamische effecten als gevolg van de aanwezigheid van water in het ruim, conform de normen voor de sterkte van schotten en dubbele bodems van bulkcarriers. Voor de toepassing van dit voorschrift worden de normen voor de sterkte van schotten en dubbele bodems van bulkcarriers als dwingende normen aangemerkt.
.2 Bij de beoordeling van de behoefte aan, en de mate van, versterking van het waterdichte dwarsschot of de dubbele bodem teneinde aan de vereisten van 1.1 te voldoen, kan met de volgende beperkingen rekening worden gehouden:
.1 beperkingen ten aanzien van de verdeling van het totale gewicht van de lading over de laadruimen; en
.2 beperkingen ten aanzien van het maximum draagvermogen.
.3 Ten aanzien van bulkcarriers waarop een van de in 1.2.1 en 1.2.2 genoemde beperkingen, of beide, worden toegepast om aan de vereisten van paragraaf 1.1 te voldoen, moet aan deze beperkingen worden voldaan wanneer vaste bulkladingen met een dichtheid van 1780 kg/m3 en meer worden vervoerd.
2 Bulkcarriers met een lengte van 150 m en meer, gebouwd op of na 1 juli 2006, moeten in alle zones met een dubbelzijdige huidconstructie aan de volgende vereisten voldoen:
.1 Primaire verstijvingsstructuren van de dubbelzijdige huid mogen niet binnen het laadruim worden aangebracht.
.2 Onverminderd de onderstaande bepalingen mag de afstand tussen de buiten- en de binnenhuid in geen enkele dwarssectie minder bedragen dan 1000 mm, gemeten evenwijdig met de zijhuid. De dubbelzijdige huidconstructie moet zodanig zijn dat toegang voor inspectiedoeleinden mogelijk is, als bepaald in voorschrift II-1/3-6 en in de daarnaar verwijzende Technische Bepalingen.
.1 De vrije ruimten beneden behoeven niet te worden ondersteund door kruisverbanden, bovenste en onderste steunen van dwarsspanten of eindsteunen van langsspanten.
.2 De minimumbreedte van de vrije doorgang door de dubbelzijdige huidruimte ter hoogte van obstakels zoals pijpleidingen of verticale ladders moet ten minste 600 mm bedragen.
.3 Wanneer de binnen- en/of buitenhuid van dwarsspanten zijn voorzien, moet de vrije ruimte tussen de binnenste oppervlakken van de spanten ten minste 600 mm bedragen.
.4 Wanneer de binnen- en buitenhuid van lengtespanten zijn voorzien, moet de vrije ruimte tussen de binnenste oppervlakken van de spanten ten minste 800 mm bedragen. Buiten het parallelle deel van de lengte van het laadruim mag deze vrije ruimte worden beperkt wanneer de bouwconstructie zulks nodig maakt; de vrije ruimte mag echter nimmer minder dan 600 mm bedragen.
.5 De hierboven bedoelde vrije ruimte is de kortste afstand gemeten tussen denkbeeldige lijnen die een verbinding vormen tussen de binnenste oppervlakken van de spanten en de binnen- en buitenhuid.
3. De ruimten van de dubbelzijdige zijhuid, met uitzondering van bovenzijtanks, indien aanwezig, mogen niet worden gebruikt voor het vervoer van lading.
4. Op bulkcarriers met een lengte van 150 m en meer, waarmee vaste bulkladingen worden vervoerd met een dichtheid van 1000 kg/m3 en meer, gebouwd op of na 1 juli 2006:
.1 moet de constructie van de laadruimen zodanig zijn dat alle mogelijke ladingen kunnen worden geladen en gelost met standaard laad- en losapparatuur en -procedures, zonder beschadiging waardoor de veiligheid van de constructie in het geding zou kunnen komen;
.2 moet de effectieve continuïteit tussen de huidconstructie en de rest van de rompconstructie worden gewaarborgd; en
.3 moet de constructie van ladinggedeelten zodanig zijn dat het falen van een onderdeel van de verstijvingsconstructie niet leidt tot het onmiddellijk falen van andere constructiedelen, waardoor mogelijk alle verstijvingspanelen het zullen begeven.
- Regeling
- Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
- Afkortingen
- SOLAS, SOLAS 1974
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBV0003264
- Versie
- 2026-01-01_0