wetzoeker

Voorschrift 9 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

SPECIALE MAATREGELEN TER VERBETERING VAN DE BEVEILIGING OP ZEE

1 Controle van schepen in de haven

1.1 Volgens dit hoofdstuk kan ieder schip waarop dit hoofdstuk van toepassing is in de haven van een andere Verdragsluitende Regering gecontroleerd worden door bevoegde ambtenaren van die regering, die eveneens de functies van voorschrift I/19 kunnen vervullen. Bij deze controle wordt alleen geverifieerd of het schip beschikt over een geldig internationaal scheepsbeveiligingscertificaat of een geldig voorlopig internationaal scheepsbeveiligingscertificaat dat is afgegeven krachtens het bepaalde in deel A van de ISPS-Code („certificaat”), hetgeen aanvaard wordt indien het geldig is, tenzij er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat het schip niet voldoet aan de eisen van dit hoofdstuk of van deel A van de ISPS-Code.

1.2 Wanneer die gegronde redenen aanwezig zijn, of wanneer er desgevraagd geen geldig certificaat wordt overgelegd, leggen de bevoegde ambtenaren van de Verdragsluitende Regering één of meer controlemaatregelen op met betrekking tot het schip, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 1.3. Al deze opgelegde maatregelen moeten evenredig zijn en er moet rekening worden gehouden met de in deel B van de ISPS-Code gegeven richtsnoeren.

1.3. De volgende controlemaatregelen kunnen worden opgelegd: inspectie van het schip, ophouding van het schip, aanhouding van het schip, beperking van de bedrijfsvoering, met inbegrip van bewegingen binnen de haven, of uitwijzing van het schip uit de haven. Ter aanvulling van deze controlemaatregelen, of in plaats daarvan, kunnen ook andere, minder verregaande administratieve of corrigerende maatregelen worden genomen.

2 Schepen die voornemens zijn een haven van een andere Verdragsluitende Regering aan te doen

2.1 In de zin van dit hoofdstuk kan een Verdragsluitende Regering eisen dat schepen die voornemens zijn zijn havens aan te doen onderstaande informatie verschaffen aan bevoegde ambtenaren van die regering, teneinde de naleving van dit hoofdstuk te verzekeren voordat het schip de haven binnenloopt, en zo te vermijden dat er controlemaatregelen moeten worden opgelegd of stappen ondernomen:

.1 of het schip beschikt over een geldig certificaat, en de naam van de autoriteit die het heeft uitgereikt;

.2 het beveiligingsniveau waarop het schip momenteel opereert;

.3 het beveiligingsniveau waarop het schip in een vorige haven heeft geopereerd, toen het een schip/haven raakvlak heeft uitgevoerd binnen het in paragraaf 2.3 aangegeven tijdsbestek;

.4 eventuele speciale of aanvullende beveiligingsmaatregelen die door het schip zijn genomen in een vorige haven waar het een schip/haven raakvlak heeft uitgevoerd binnen het in paragraaf 2.3 aangegeven tijdsbestek;

.5 of de passende scheepsbeveiligingsprocedures zijn gevolgd gedurende een schip-tot-schip-activiteit binnen het in paragraaf 2.3 vermelde tijdsbestek; of

.6 andere praktische met beveiliging verband houdende informatie (maar geen details over het scheepsbeveiligingsplan) rekening houdend met de in deel B van de ISPS-Code gegeven richtsnoeren.

Indien de Verdragsluitende Regering dit vraagt, geven het schip of de maatschappij een voor die Verdragsluitende Regering aanvaardbare bevestiging van de hierboven verlangde informatie.

2.2 Ieder schip waarop dit hoofdstuk van toepassing is en dat van plan is de haven van een andere Verdragsluitende Regering aan te doen, verschaft de in paragraaf 2.1 beschreven informatie, indien de bevoegde ambtenaren van die regering dit vragen. De kapitein kan weigeren die informatie te verschaffen, maar dient wel te beseffen dat hem dan de toegang tot de haven kan worden ontzegd.

2.3 Het schip houdt voor de laatste tien havenfaciliteiten die het heeft aangedaan de in paragraaf 2.1 bedoelde gegevens bij.

2.4 Indien de bevoegde ambtenaren van de Verdragsluitende Regering van de haven die het schip voornemens is aan te doen na ontvangst van de in paragraaf 2.1 beschreven informatie gegronde redenen hebben om aan te nemen dat het schip niet aan de eisen van dit hoofdstuk of deel A van de ISPS-Code voldoet, proberen genoemde ambtenaren communicatie tot stand te brengen met het schip en tussen het schip en de Administratie om de niet-naleving recht te zetten. Indien deze communicatie niet leidt tot rechtzetting, of indien de ambtenaren ook anderszins gegronde redenen hebben om aan te nemen dat het schip niet voldoet aan de eisen van dit hoofdstuk of deel A van de ISPS-Code, kunnen deze ambtenaren met betrekking tot dat schip de in paragraaf 2.5 voorziene stappen zetten. Al dergelijke stappen moeten evenredig zijn en worden gezet aan de hand van de in deel B van de ISPS-Code gegeven richtsnoeren.

2.5 Genoemde stappen zijn:

.1 een eis tot rechtzetting van de niet-naleving;

.2 een eis dat het schip zich begeeft naar een aangewezen plaats in de territoriale wateren of de binnenlandse wateren van die Verdragsluitende Regering;

.3 inspectie van het schip, indien het schip zich in de territoriale wateren bevindt van de Verdragsluitende Regering wier haven het schip voornemens aan te doen; of

.4 ontzegging van de toegang tot de haven. Alvorens tot dergelijke stappen over te gaan, stelt de Verdragsluitende Regering het schip op de hoogte van haar voornemens. De kapitein kan daarop afzien van zijn voornemen om die haven aan te doen. Dit voorschrift is dan niet van toepassing.

3 Aanvullende bepalingen

3.1 Indien:

.1 een andere controlemaatregel wordt opgelegd dan een in paragraaf 1.3 bedoelde minder verregaande administratieve of corrigerende maatregel; of

.2 één van de in paragraaf 2.5 bedoelde stappen wordt ondernomen, stelt een bevoegde ambtenaar van de Verdragsluitende Regering de Administratie onverwijld schriftelijk op de hoogte van de opgelegde controlemaatregelen of ondernomen stappen, alsmede van de redenen daarvoor. De Verdragsluitende Regering die de controlemaatregelen oplegt of de stappen onderneemt meldt ook aan het erkend beveiligingsbedrijf dat het certificaat voor het betreffende schip heeft afgegeven, en aan de Organisatie wanneer deze controlemaatregelen zijn opgelegd of deze stappen zijn ondernomen.

3.2 Wanneer een schip de toegang tot de haven wordt ontzegd of wordt uitgewezen, dienen de havenstaatautoriteiten de bewuste feiten mede te delen aan de havenstaatautoriteiten van de volgende in aanmerking komende aanloophavens, indien deze bekend zijn, en eventuele andere in aanmerking komende kuststaten, rekening houdende met door de Organisatie te ontwikkelen richtsnoeren. De geheimhouding en beveiliging van deze meldingen worden gegarandeerd.

3.3 Het ontzeggen van de toegang tot de haven overeenkomstig de paragrafen 2.4 en 2.5 of uitwijzing overeenkomstig de paragrafen 1.1 tot en met 1.3 zijn maatregelen die alleen worden opgelegd wanneer de bevoegde ambtenaren van de Verdragsluitende Regering gegronde redenen hebben om aan te nemen dat het schip een onmiddellijke bedreiging vormt voor beveiliging of veiligheid van personen, of van schepen of andere goederen, en er geen andere passende middelen zijn om die dreiging weg te nemen.

3.4 De oplegging van de in paragraaf 1.3 bedoelde controlemaatregelen en het nemen van de in paragraaf 2.5 bedoelde stappen vinden overeenkomstig dit voorschrift niet langer plaats wanneer de niet-naleving die aanleiding gaf tot controlemaatregelen of stappen naar tevredenheid van de Verdragsluitende Regering is rechtgezet, rekening houdende met eventuele door het schip of de Administratie voorgestelde acties.

3.5 Wanneer Verdragsluitende Regeringen controle uitoefenen krachtens paragraaf 1 of stappen ondernemen krachtens paragraaf 2:

.1 wordt al het mogelijke gedaan om te vermijden dat een schip ten onrechte wordt aangehouden of opgehouden. Indien een schip daardoor ten onrechte wordt aangehouden of opgehouden, heeft het recht op schadevergoeding voor eventuele geleden verliezen of schade; en

.2 wanneer toegang tot het schip in noodgevallen en om humanitaire of beveiligingsredenen noodzakelijk is, mag deze niet worden belet.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl