wetzoeker

Voorschrift 7 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

BIJZONDERE VEREISTEN VOOR BULKLADING ANDERS DAN GRAAN

1 Voor de toepassing van dit voorschrift wordt onder vertegenwoordiger van de laad-/loslocatie verstaan de door de laad-/loslocatie of een andere faciliteit waar het schip laadt of lost aangestelde persoon die verantwoordelijk is voor de handelingen door die haven of faciliteit die verband houden met het desbetreffende schip.

2 Om de kapitein in staat te stellen te grote spanningen op de constructie van het schip te voorkomen, moet op het schip een boekje aanwezig zijn dat is opgesteld in een taal die beheerst wordt door de officieren van het schip die verantwoordelijk zijn voor de behandeling van de lading. Indien deze taal niet de Engelse taal is, moet op het schip tevens een boekje aanwezig zijn dat in de Engelse taal is opgesteld. Het boekje moet ten minste bevatten:

.1 stabiliteitsgegevens als vereist in voorschrift II-1/5-1;

.2 ballast- en ontballastpercentages en -volumes;

.3 maximaal toegestane belasting per oppervlakte-eenheid van de bovenbeplating van de tanks;

.4 maximaal toegestane belasting per ruim;

.5 algemene instructies voor laden en lossen met betrekking tot de sterkte van de constructie van het schip met inbegrip van beperkingen bij de ongunstigste omstandigheden tijdens laden, lossen, ballasten en de reis;

.6 eventuele speciale restricties zoals beperkingen bij de ongunstigste omstandigheden als opgelegd door de Administratie of een door haar erkende organisatie, indien van toepassing; en

.7 waar berekeningen van de sterkte zijn vereist, maximaal toegestane krachten en momenten op de romp van het schip tijdens laden, lossen en de reis.

3 Voordat een vaste lading wordt geladen of gelost, moeten de kapitein en de vertegenwoordiger van de laad-/loslocatie een plan overeenkomen dat waarborgt dat de toegestane krachten en momenten op het schip niet worden overschreden tijdens het laden of lossen en dat voorziet in de volgorde, de kwantiteit en het tempo van laden of lossen, rekening houdend met de snelheid van laden of lossen, het aantal stortingen en de ballast en ontballastcapaciteit van het schip. Het plan en eventuele latere wijzigingen daarop moeten worden ingediend bij de desbetreffende autoriteit van de staat waartoe de haven behoort.

4 De kapitein en de vertegenwoordiger van de laad-/loslocatie moeten ervoor zorgen dat de laad- en loshandelingen verlopen in overeenstemming met het overeengekomen plan.

5 Indien tijdens het laden of lossen één van de beperkingen van het schip bedoeld in paragraaf 2 wordt overschreden of waarschijnlijk zal worden overschreven indien het laden of lossen doorgaat, heeft de kapitein het recht de laad- of loshandeling te onderbreken en is hij verplicht de desbetreffende autoriteit van de staat van de haven waar het plan is ingediend op de hoogte te stellen. De kapitein en de vertegenwoordiger van de laad-/loslocatie moeten erop toezien dat herstellende maatregelen worden genomen. Bij het lossen van ladingen moeten de kapitein en de vertegenwoordiger van de laad-/loslocatie erop toezien dat de wijze van lossen niet leidt tot beschadiging van de constructie van het schip.

6 De kapitein moet erop toezien dat de bemanning van het schip de behandeling van de lading voortdurend bewaakt. Indien mogelijk, moet de diepgang van het schip regelmatig worden gecontroleerd tijdens laden of lossen ter bevestiging van de verstrekte inhoudsgegevens. Iedere observatie ten aanzien van diepgang en inhoud moet worden opgenomen in een ladingslogboek. Indien significante afwijkingen van het overeengekomen plan worden ontdekt, moeten de ladings- of de ballasthandelingen of beide worden aangepast om ervoor te zorgen dat de afwijkingen worden gecorrigeerd.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl