wetzoeker

Voorschrift 2 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

ALGEMENE BEPALINGEN

1 De verscheper verstrekt de kapitein of diens vertegenwoordiger lang genoeg van tevoren de nodige ladinggegevens om het nemen van voorzorgsmaatregelen mogelijk te maken die nodig kunnen zijn voor goede stuwage en veilig vervoer van de lading. Deze gegevens moeten schriftelijk worden bevestigd door middel van de daarvoor bestemde ladingpapieren voordat de lading aan boord wordt gebracht. Voor de toepassing van dit voorschrift dienen de ladinggegevens, zoals vereist in hoofdstuk 1.9 van de Code of Safe Practice for Cargo Stowage and Securing (Vastzetcode), aangenomen door de Organisatie bij resolutie A.714(17), zoals eventueel gewijzigd, te worden verstrekt. Eventuele wijzigingen op hoofdstuk 1.9 moeten worden aangenomen, van kracht worden en toepassing vinden in overeenstemming met de bepalingen van artikel VIII van dit Verdrag betreffende de wijzigingsprocedures die gelden voor de Bijlage, met uitzondering van Hoofdstuk I.

2 De ladinggegevens moeten omvatten:

.1 in het geval van stukgoedlading en ladingunits, een algemene beschrijving van de lading, het bruto gewicht van de lading of van de ladingunits, en relevante bijzondere kenmerken van de lading;

.2 in het geval van vaste lading in bulk, gegevens zoals vereist volgens punt 4 van de IMSBC-Code.

3 Vóór het aan boord van schepen brengen van ladingunits verzekert de verscheper dat het bruto gewicht van die units overeenkomt met het in de scheepsdocumenten opgegeven bruto gewicht.

4 Wanneer lading in een container wordt vervoerd, uitgezonderd containers op een oplegger of aanhangwagen wanneer deze containers op en van een roro-schip worden gereden dat korte internationale reizen maakt zoals omschreven in voorschrift III/3, moet het bruto gewicht overeenkomstig paragraaf 2.1 van dit voorschrift door de verscheper worden gecontroleerd, hetzij door:

.1 het wegen van de beladen container met gekalibreerde en gecertificeerde apparatuur; of

.2 het wegen van alle verpakkingen en vrachtstukken, met inbegrip van het gewicht van pallets, stuwhout en andere vastzetmiddelen waarmee de container wordt beladen, waarbij het eigen gewicht van de container wordt opgeteld bij de som van de afzonderlijke gewichten, met gebruikmaking van een gecertificeerde methode die is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van de Staat waarin het beladen van de container is voltooid.

5 De verscheper van een container waarborgt dat het gecontroleerde bruto gewicht wordt vermeld in de vrachtbrief. De vrachtbrief moet:

.1 ondertekend zijn door een door de verscheper naar behoren gemachtigde persoon; en

.2 tijdig van te voren worden ingediend bij de kapitein of zijn vertegenwoordiger en bij de vertegenwoordiger van de laad-/loslocatie, zoals verzocht door de kapitein of zijn vertegenwoordiger, zodat deze kan worden gebruikt bij het opstellen van het stuwplan

1) Het document kan via EDP- of EDI-technieken worden aangeboden.

De handtekening mag een elektronische handtekening zijn of vervangen worden door de naam, in hoofdletters, van de persoon die tekenbevoegd is.

.

6 Wanneer de vrachtbrief wat betreft de beladen container niet het gecontroleerde bruto gewicht vermeldt en de kapitein of zijn vertegenwoordiger en de vertegenwoordiger van de laad-/loslocatie niet de beschikking hebben gekregen over het gecontroleerde bruto gewicht van de beladen container, wordt deze niet aan boord van het schip geladen.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl