wetzoeker

Voorschrift 14 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

- ONDERZOEKEN EN CERTIFICATEN

a. Een Veiligheidscertificaat voor Passagiersschepen wordt voor een tijdsduur van niet langer dan 12 maanden afgegeven. Een Veiligheidsconstructiecertificaat voor Vrachtschepen, een Uitrustingscertificaat voor Vrachtschepen en een Radioveiligheidscertificaat voor Vrachtschepen wordt afgegeven voor een door de Administratie te bepalen tijdsduur die niet langer mag zijn dan 5 jaar. Een Certificaat van Vrijstelling mag geen langere geldigheidsduur hebben dan de tijdsduur van het certificaat waarop het betrekking heeft.

b.

i. niettegenstaande de eisen onder (a) is, wanneer het hernieuwd onderzoek wordt voltooid binnen drie maanden voor het verstrijken van het bestaande certificaat, het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum van voltooiing van het hernieuwd onderzoek tot:

1. voor een passagiersschip, een datum niet later dan 12 maanden vanaf de vervaldatum van het bestaande certificaat; en

2. voor een vrachtschip, een datum niet later dan vijfjaar vanaf de vervaldatum van het bestaande certificaat;

ii. wanneer het hernieuwd onderzoek wordt voltooid na de vervaldatum van het bestaande certificaat, is het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum van voltooiing van het hernieuwd onderzoek tot:

1. voor een passagiersschip een datum niet later dan 12 maanden vanaf de vervaldatum van het bestaande certificaat; en

2. voor een vrachtschip een datum niet later dan vijf jaar vanaf de vervaldatum van het bestaande certificaat;

iii. wanneer het hernieuwd onderzoek wordt voltooid meer dan drie maanden voor de vervaldatum van het bestaande certificaat, is het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum van voltooiing van het hernieuwd onderzoek tot:

1. voor een passagiersschip een datum niet later dan 12 maanden vanaf de datum van voltooiing van het hernieuwd onderzoeken

2. voor een vrachtschip een datum niet later dan vijfjaar vanaf de datum van voltooiing van het hernieuwd onderzoek.

c. Indien een ander certificaat dan een Veiligheidscertificaat voor Passagiersschepen wordt afgegeven voor een tijdvak korter dan vijf jaar, kan de Administratie de geldigheidsduur van het certificaat verlengen tot na de datum van verstrijken tot het maximumtijdvak aangegeven onder (a), mits de in de Voorschriften 8, 9 en 10 bedoelde onderzoeken, die van toepassing zijn wanneer een certificaat voor een tijdvak van vijf jaar wordt afgegeven, naar behoren worden uitgevoerd.

d. Indien een hernieuwd onderzoek is voltooid en er geen nieuw certificaat kan worden afgegeven of aan het schip worden verstrekt voor de vervaldatum van het bestaande certificaat, kan de door de Administratie gemachtigde persoon of organisatie een aantekening op het bestaande certificaat plaatsen en wordt een dergelijk certificaat als geldig aanvaard voor een tijdvak van niet langer dan 5 maanden vanaf de datum van verstrijken.

e. Indien een schip zich op het tijdstip waarop een certificaat zijn geldigheid verliest niet in een haven bevindt waar het moet worden onderzocht, kan de Administratie de geldigheidsduur van het certificaat verlengen, maar deze verlenging wordt uitsluitend verleend om het schip in staat te stellen zijn reis naar de haven waar het moet worden onderzocht te voltooien en dan uitsluitend in gevallen waarin het juist en redelijk voorkomt zulks te doen. Een certificaat mag niet worden verlengd voor een tijdvak van langer dan 3 maanden en een schip ten behoeve waarvan een verlenging is verleend, is bij zijn aankomst in de haven waar het moet worden onderzocht, niet gerechtigd uit hoofde van een zodanige verlenging die haven te verlaten zonder een nieuw certificaat. Wanneer het hernieuwd onderzoek is voltooid, is het nieuwe certificaat geldig tot:

i. voor een passagiersschip een datum niet later dan 12 maanden na de vervaldatum van het bestaande certificaat voordat de verlenging werd verleend;

ii. voor een vrachtschip een datum niet later dan 5 jaar na de vervaldatum van het bestaande certificaat voordat de verlenging werd verleend.

f. Een certificaat afgegeven ten behoeve van een schip dat korte reizen maakt en dat niet is verlengd ingevolge de voorgaande bepalingen van dit Voorschrift kan door de Administratie worden verlengd met een gedoogperiode van ten hoogste één maand na de op het certificaat vermelde vervaldatum. Wanneer het hernieuwd onderzoek is voltooid, is het nieuwe certificaat geldig tot:

i. voor een passagiersschip een datum niet later dan 12 maanden na de vervaldatum van het bestaande certificaat voordat de verlenging werd verleend;

ii. voor een vrachtschip een datum niet later dan 5 jaar na de vervaldatum van het bestaande certificaat voordat de verlenging werd verleend.

g. In bijzondere omstandigheden, zoals bepaald door de Administratie, behoeft een nieuw certificaat niet te worden gedateerd te rekenen van de vervaldatum van het bestaande certificaat zoals voorgeschreven onder (b)(ii) (e) of (f). In deze bijzondere omstandigheden is het nieuwe certificaat geldig tot:

i. voor een passagiersschip een datum niet later dan 12 maanden na de datum van voltooing van het hernieuwd onderzoek;

ii. voor een vrachtschip een datum niet later dan vijf jaar na de datum van voltooiing van het hernieuwd onderzoek,

h. Indien een jaarlijks, tussentijds of periodiek onderzoek is voltooid vóór het einde van het in de desbetreffende voorschriften aangegeven tijdvak:

i. wordt de verjaardatum op het desbetreffende certificaat door een aantekening op de rugzijde gewijzigd in een datum ten hoogste 3 maanden na de datum waarop het onderzoek werd voltooid;

ii. worden de door de desbetreffende voorschriften vereiste volgende jaarlijkse, tussentijdse of periodieke onderzoeken voltooid met de in deze voorschriften voorgeschreven tussenpozen met inachtneming van de nieuwe verjaardatum;

iii. kan de vervaldatum onveranderd blijven mits er een of meer jaarlijkse, tussentijdse of periodieke onderzoeken, al naar het geval, zijn verricht zodat de maximumtussenpozen tussen de in de desbetreffende voorschriften voorgeschreven onderzoeken niet worden overschreden.

i. Een ingevolge Voorschrift 12 of 13 afgegeven certificaat verliest zijn geldigheid in de volgende gevallen:

i. indien de desbetreffende onderzoeken en inspecties niet zijn voltooid binnen de ingevolge de Voorschriften 7(a), 8(a), 9(a) en 10(a) aangegeven tijdvakken;

ii. indien geen aantekening op de rugzijde van het certificaat is geplaatst overeenkomstig deze voorschriften;

iii. bij overdracht van het schip onder de vlag van een andere Staat. Er mag uitsluitend een nieuw certificaat worden afgegeven, wanneer de Regering die het nieuwe certificaat afgeeft er ten volle van overtuigd is dat het schip voldoet aan de eisen van Voorschrift 1 l(a) en (b). In het geval van een overdracht tussen Verdragsluitende Regeringen zendt de Regering van de Staat wiens vlag het schip voordien gerechtigd was te voeren, indien zij daarom wordt verzocht binnen drie maanden nadat de overdracht heeft plaats gevonden, zo spoedig mogelijk aan de Administratie afschriften van de certificaten die het schip aan boord had voor de overdracht en, indien beschikbaar, afschrif ten van de desbetreffende onderzoeksrapporten.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl