wetzoeker

Voorschrift 7 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

VEREISTEN TEN AANZIEN VAN SCHEPEN

1 Elk schip moet zijn uitgerust met:

.1 een VHF-radio-installatie die geschikt is voor het uitzenden en ontvangen, voor nood-, spoed- en veiligheidscommunicatiedoeleinden, van:

.1 DSC op de frequentie 156.525 MHz (kanaal 70). Het dient mogelijk te zijn het uitzenden van noodoproepen op kanaal 70 te starten vanaf de plaats van waar gewoonlijk de navigatie wordt gevoerd; en

.2 radiotelefonie op de frequenties 156.300 MHz (kanaal 6), 156.650 MHz (kanaal 13) en 156.800 MHz (kanaal 16);

.2 een radio-installatie die geschikt is om ononderbroken DSC-wacht te houden op VHF-kanaal 70, gescheiden van of gecombineerd met de ingevolge paragraaf 1.1 vereiste installatie;

.3 een radar-SART of een AIS-SART, die:

.1 zodanig moet zijn geplaatst dat hij gemakkelijk kan worden gebruikt; en

.2 kan behoren tot de ingevolge paragrafen 2.1 of 3.1 vereiste middelen;

.4 een ontvanger of ontvangers die geschikt is of zijn voor de ontvangst van maritieme veiligheidsinformatie (MSI) en opsporings- en reddingsgerelateerde informatie tijdens de hele reis van het schip;

.5 een noodradiobaken dat de positie aanduidt (EPIRB) dat:

.1 op een gemakkelijk toegankelijke plaats is geïnstalleerd;

.2 snel met de hand kan worden losgemaakt en door één persoon in een reddingsboot of -vlot kan worden gebracht;

.3 vrij kan opdrijven indien het schip zinkt en automatisch wordt geactiveerd zodra het drijft; en

.4 met de hand geactiveerd kan worden; en

.6 een radio-installatie die geschikt is voor het uitzenden en ontvangen van algemene radiocommunicatie binnen de frequentiebanden tussen 156 MHz en 174 MHz. Aan dit voorschrift kan worden voldaan door toevoeging van deze mogelijkheid in de apparatuur die krachtens paragraaf 1.1. vereist is.

2 Elk vrachtschip met een brutotonnage van 300 ton en meer maar met een brutotonnage van minder dan 500 ton, moet zijn uitgerust met ten minste:

.1 een radar-SART of een AIS-SART; en

.2 twee tweeweg-VHF-radiotelefonietoestellen.

3 Elk passagiersschip en elk vrachtschip met een brutotonnage van 500 ton en meer moet zijn uitgerust met ten minste:

.1 een radar-SART of een AIS-SART aan elke zijde van het schip; en

.2 drie tweeweg-VHF-radiotelefonietoestellen.

4 De tweeweg-VHF-radiotelefonietoestellen die vereist zijn ingevolge paragrafen 2.2 en 3.2 mogen draagbaar zijn of vast zijn aangebracht in een reddingsboot of -vlot. De draagbare apparatuur mag op de brug worden opgeslagen.

5 De radar-SART’s of AIS-SART’s die vereist zijn ingevolge paragrafen 2.1 of 3.1 moeten op zodanige plaatsen zijn opgeborgen dat ze snel in een reddingsboot of -vlot, anders dan het reddingsvlot of de reddingsvlotten vereist door voorschrift III/31.1.4 kunnen worden gezet. Een andere mogelijkheid is dat één radar-SART of AIS-SART wordt geplaatst in elke reddingsboot, anders dan die vereist door voorschrift III/31.1.4. Op schepen met aan boord ten minste twee radar-SART’s of AIS-SART’s en uitgerust met reddingsboten die door middel van vrije val te water worden gelaten, moet een van de radar-SART’s of AIS-SART’s worden geplaatst in een reddingsboot die door middel van vrije val te water wordt gelaten en de andere in de directe nabijheid van de brug, zodanig dat deze aan boord kan worden gebruikt en direct naar een van de andere reddingsboten of -vlotten, anders dan die vereist door voorschrift III/31.1.4, kan worden overgebracht.

6 Elk passagiersschip moet zijn uitgerust met middelen voor tweeweg-radiocommunicatie voor opsporings- en reddingsdoeleinden, met gebruikmaking van de luchtvaartfrequenties 121.5 MHz en 123.1 MHz, vanaf de plaats van waar gewoonlijk de navigatie wordt gevoerd. Deze middelen mogen draagbaar zijn.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl