wetzoeker

Voorschrift 15 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

VEREISTEN TEN AANZIEN VAN SCHEPEN

1 De apparatuur moet zodanig zijn ontworpen dat de hoofdonderdelen snel te vervangen zijn, zonder uitgebreide hercalibratie of afregeling.

2 Waar van toepassing moet de apparatuur zodanig zijn gemonteerd en geïnstalleerd dat zij gemakkelijk toegankelijk is voor inspectie en onderhoud aan boord.

3 Er moet voldoende doelmatige informatie aanwezig zijn voor goede bediening en goed onderhoud van de apparatuur, rekening houdend met de aanbevelingen van de Organisatie.

4 Er moeten voldoende doelmatige gereedschappen en reserveonderdelen aanwezig zijn voor het onderhoud van de apparatuur.

5 De Administratie verzekert dat de ingevolge dit hoofdstuk vereiste radio-apparatuur zodanig wordt onderhouden dat wordt voorzien in de beschikbaarheid van middelen om te voldoen aan de in voorschrift 4 omschreven functionele vereisten en dat wordt voldaan aan de aanbevolen uitvoeringsnormen ten aanzien van die apparatuur.

6 De beschikbaarheid van dergelijke middelen aan boord van schepen die reizen ondernemen in de zeegebieden A1 of A2 moet worden verzekerd door methoden zoals het aanhouden van dubbele apparatuur, onderhoud aan wal of elektronische deskundigheid aan boord voor onderhoud buitengaats, of een combinatie hiervan, zoals goedgekeurd door de Administratie.

7 De beschikbaarheid van dergelijke middelen aan boord van schepen die reizen ondernemen in de zeegebieden A3 of A4 moet worden verzekerd door een combinatie van ten minste twee methoden zoals het aanhouden van dubbele apparatuur, onderhoud aan wal of elektronische deskundigheid aan boord voor onderhoud buitengaats, zoals goedgekeurd door de Administratie.

8 Hoewel alle redelijk geachte stappen moeten worden genomen om de apparatuur in goede staat te houden en te verzekeren dat aan alle in voorschrift 4 gestelde functionele vereisten wordt voldaan, mag een schip niet op grond van storingen van de apparatuur bij het voorzien in de ingevolge voorschrift 4.1.2 vereiste algemene radiocommunicatie als onzeewaardig worden beschouwd, of worden opgehouden in havens waar niet onmiddellijk reparatievoorzieningen beschikbaar zijn, mits het schip in staat is alle nood-, spoed- en veiligheidsfuncties te vervullen.

9 EPIRB’s moeten:

.1 jaarlijks worden beproefd, hetzij aan boord van het schip of bij een erkend teststation, op alle aspecten die met de efficiënte werking verband houden, met bijzondere nadruk op het controleren van de uitzending op operationele frequenties, codering en registratie, met de hieronder vermelde tussenpozen:

.1 op passagiersschepen, binnen drie maanden vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van het Veiligheidscertificaat voor passagiersschepen; en

.2 op vrachtschepen, binnen drie maanden vóór het verstrijken van de geldigheidsduur, of drie maanden voor of na de verjaardatum, van het Radioveiligheidscertificaat voor vrachtschepen; en

.2 worden onderhouden met tussenpozen van ten hoogste vijf jaar, het onderhoud moet worden uitgevoerd door een erkende onderhoudswerf aan de wal.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl