wetzoeker

Voorschrift 13 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

VEREISTEN TEN AANZIEN VAN SCHEPEN

1 Buitengaats moet te allen tijde een elektrische krachtbron beschikbaar zijn van voldoende vermogen om de radio-installaties te doen werken en de aanwezige batterijen gebruikt voor de reservekrachtbron of -bronnen ten behoeve van de radio-installaties op te laden.

2 Aan boord van ieder schip moeten een of meer reservekrachtbronnen aanwezig zijn om de radio-installaties te voeden ten behoeve van de nood-, spoed- en veiligheidscommunicatie ingeval de hoofd- en noodkrachtbronnen van het schip uitvallen. De reservekrachtbron of -bronnen moet of moeten in staat zijn gelijktijdig voeding te leveren voor de ingevolge voorschrift 7.1.1 vereiste VHF-radio-installatie en, naar gelang van het zeegebied of de zeegebieden waarvoor het schip is uitgerust, de ingevolge voorschrift 9.1.1 of 10.1.2. vereiste MF-radio-installatie, de ingevolge voorschrift 11.1.1 vereiste MF/HF-radio-installatie, of het ingevolge voorschrift 10.1.1 vereiste scheepssatellietstation, en elk van de in de paragrafen 4, 5 en 8 genoemde aanvullende voorzieningen, gedurende een periode van ten minste:

.1 een uur aan boord van schepen voorzien van een noodkrachtbron, indien deze krachtbron volledig voldoet aan alle relevante bepalingen van voorschrift II-1/42 of 43, met inbegrip van de voeding van de radio-installaties; en

.2 zes uur op schepen die niet zijn voorzien van een noodkrachtbron die volledig voldoet aan alle relevante bepalingen van voorschrift II-1/42 of 43, met inbegrip van de voeding van de radio-installaties.

Onafhankelijke HF- en MF-radio-installaties behoeven niet gelijktijdig te kunnen worden gevoed door de reservekrachtbron of -bronnen.

3 De reservekrachtbron of -bronnen moet of moeten onafhankelijk zijn van de voortstuwing van het schip en van het scheepsnet.

4 Indien naast de VHF-radio-installatie twee of meer van de andere radio-installaties, als bedoeld in paragraaf 2, kunnen worden aangesloten op de reservekrachtbron of -bronnen, moeten deze in staat zijn gedurende de in paragraaf 2.1 of 2.2 aangegeven periode, naar gelang van de situatie, de VHF-radio-installatie te voeden gelijktijdig met:

.1 alle andere radio-installaties die gelijktijdig op de reservekrachtbron of -bronnen kunnen worden aangesloten; of

.2 indien slechts een van de andere radio-installaties gelijktijdig met de VHF-radio-installatie op de reservekrachtbron of -bronnen kan worden aangesloten, degene van de andere radio-installaties met het hoogste energieverbruik.

5 De reservekrachtbron of -bronnen kan of kunnen worden gebruikt om de ingevolge voorschrift 6.2.4 vereiste elektrische verlichting te voeden.

6 Indien een reservekrachtbron bestaat uit een oplaadbare accumulatorenbatterij of -batterijen:

.1 moet een automatische laadinrichting aanwezig zijn die in staat is de batterijen binnen 10 uur op te laden tot het voorgeschreven minimumvermogen; en

.2 moet het vermogen van de batterij of de batterijen volgens een geschikte methode worden gecontroleerd, met tussenpozen van niet meer dan 12 maanden, wanneer het schip niet buitengaats is.

7 De plaatsing en installatie van accumulatorenbatterijen die als reservekrachtbron dienen, moeten zodanig zijn dat:

.1 optimaal onderhoud mogelijk is;

.2 een redelijke levensduur verzekerd is;

.3 een redelijke mate van veiligheid verzekerd is;

.4 de temperatuur van de accumulatorenbatterijen, ook tijdens het opladen, binnen de door de fabrikant opgegeven waarden blijft; en

.5 de batterijen, wanneer zij volledig zijn opgeladen, onder alle weersomstandigheden ten minste het vereiste minimumaantal uren werken.

8 Indien een ononderbroken invoer van informatie vanuit de navigatieapparatuur of andere apparatuur in de ingevolge dit hoofdstuk vereiste radio-installatie met inbegrip van de in voorschrift 18 bedoelde navigatie-ontvanger, noodzakelijk is ter verzekering van de goede werking ervan, moeten er voorzieningen zijn om de voortdurende levering van die informatie te verzekeren bij het uitvallen van de hoofd- of noodkrachtbron van het schip.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl