wetzoeker

Voorschrift 11 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

VEREISTEN TEN AANZIEN VAN SCHEPEN

1 In aanvulling op het voldoen aan de vereisten ingevolge voorschrift 7 moet ieder schip dat reizen onderneemt binnen het zeegebied A4, zijn voorzien van:

.1 een MF/HF-radio-installatie die geschikt is om berichten uit te zenden en te ontvangen voor nood-, spoed- en veiligheidsdoeleinden op alle nood-, spoed- en veiligheidsfrequenties in de banden tussen 1 605 kHz en 4 000 kHz en tussen 4 000 kHz en 27 500 kHz:

.1 met gebruik van DSC; en

.2 met gebruik van radiotelefonie;

.2 apparatuur die DSC-wacht kan houden op 2 187.5 kHz, 8 414.5 kHz alsmede op ten minste een van de DSC-nood- en veiligheidsfrequenties 4 207.5 kHz, 6 312 kHz, 12 577 kHz of 16 804.5 kHz; het moet mogelijk zijn om op enig tijdstip een van deze DSC-frequenties te kiezen voor berichten voor nood-, spoed- en veiligheidsdoeleinden. Deze apparatuur kan afgezonderd zijn van of gecombineerd zijn met de apparatuur die vereist is ingevolge paragraaf 1.1; en

.3 een secundair middel voor het uitzenden van noodoproepen van het schip naar de wal door de satellietdienst op 406 MHz.

2 Daarnaast moet het schip in staat zijn algemene radioberichten uit te zenden en te ontvangen met gebruik van een radio-installatie werkend op werkfrequenties in de banden tussen 1 605 kHz en 4 000 kHz en tussen 4 000 kHz en 27 500 kHz. Aan dit voorschrift kan worden voldaan door toevoeging van deze mogelijkheid in de apparatuur die krachtens paragraaf 1.1 vereist is.

3 Het dient mogelijk te zijn het uitzenden van noodoproepen te starten door de radio-installaties bedoeld in paragrafen 1.1 en 1.3 vanaf de plaats van waar gewoonlijk de navigatie wordt gevoerd.

4 Er kan in de vereiste van paragraaf 1.3 worden voorzien door gebruik te maken van:

.1 het ingevolge voorschrift 7.1.5 vereiste noodradiobaken (EPIRB) dat geïnstalleerd is nabij de plaats van waar gewoonlijk de navigatie wordt gevoerd, maar op een plaats waarvan het nog steeds vrij kan opdrijven van het schip in een noodsituatie; hetzij

.2 het ingevolge voorschrift 7.1.5 vereiste noodradiobaken (EPIRB) dat elders op het schip is geplaatst, op voorwaarde dat dit noodradiobaken (EPIRB) een voorziening heeft voor het activeren op afstand die geïnstalleerd is nabij de plaats van waar gewoonlijk de navigatie wordt gevoerd; hetzij

.3 een tweede noodradiobaken (EPIRB) nabij de plaats van waar gewoonlijk de navigatie wordt gevoerd.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl