Voorschrift 15 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
OPERATIONELE EISEN
1 Doel
Het doel van dit voorschrift is de gevolgen van brand te mitigeren door middel van deugdelijke instructies voor opleiding van en oefeningen door personen aan boord op het gebied van de juiste procedures in noodsituaties. Hiertoe moet de bemanning over de nodige kennis en vaardigheden beschikken om noodsituaties bij brand aan te kunnen, waaronder de zorg voor passagiers.
2 Algemene vereisten
2.1 Instructies, taken en organisatie
2.1.1 Bemanningsleden moeten aan boord van het schip instructies ontvangen inzake de brandveiligheid.
2.1.2 Bemanningsleden moeten instructies ontvangen inzake de hun opgedragen taken.
2.1.3 Er moeten teams worden samengesteld die verantwoordelijk zijn voor het blussen van brand. Deze teams moeten in staat zijn hun taken te allen tijde te voltooien terwijl het schip in gebruik is.
2.2 Instructies en oefeningen aan boord
2.2.1 Bemanningsleden moeten vertrouwd worden gemaakt met de inrichting van het schip en met de plaatsing en de werking van alle brandbestrijdingssystemen en -apparatuur die zij mogelijk zullen moeten gebruiken.
2.2.2 De opleiding aan boord moet voorzien in een opleiding in het gebruik van ademhalingsapparaten voor noodontsnapping.
2.2.3 De prestaties van de bemanningsleden die brandbestrijdingstaken hebben, moeten regelmatig worden getoetst door middel van opleiding en oefeningen aan boord om verbeterpunten in kaart te brengen, om ervoor te zorgen dat de brandbestrijdingsvaardigheden op peil blijven, en om toe te zien op de paraatheid van de brandbestrijdingsorganisatie.
2.2.4 De opleiding aan boord in het gebruik van de brandblusinstallaties en -middelen moet worden gepland en uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen van voorschrift III/19.4.1.
2.2.5 Brandweeroefeningen moeten worden uitgevoerd en geregistreerd in overeenstemming met de bepalingen van de voorschriften III/19.3 en III/19.5.
2.2.6 Tijdens oefeningen gebruikte inrichtingen voor het opnieuw vullen van luchtcylinders voor ademhalingstoestellen moeten aan boord aanwezig zijn of er moet een toereikend aantal reservecylinders aan boord zijn ter vervanging van de gebruikte cylinders.
2.3 Opleidingshandboeken
2.3.1 In ieder bemanningsverblijf of in iedere hut voor bemanningsleden moet een opleidingshandboek voorhanden zijn.
2.3.2 Het opleidingshandboek moet zijn geschreven in de werktaal aan boord van het schip.
2.3.3 Het opleidingshandboek, dat uit verschillende banden kan bestaan, moet de ingevolge paragraaf 2.3.4 vereiste instructies en informatie bevatten, gesteld in gemakkelijk te begrijpen bewoordingen en waar mogelijk geïllustreerd. Deze informatie kan, in plaats van door dit handboek, met behulp van audiovisuele middelen worden verstrekt.
2.3.4 In het opleidingshandboek moeten de volgende punten uitvoerig worden toegelicht:
.1 algemene gedragingen en voorzorgsmaatregelen in relatie tot de gevaren gevormd door roken, elektriciteit, ontvlambare vloeistoffen en vergelijkbare gevaren die zich aan boord van het schip voordoen;
.2 algemene instructies betreffende brandbestrijdingsactiviteiten en -procedures, waaronder procedures voor brandmelding en gebruikmaking van met de hand bediende meldingspunten;
.3 de betekenis van de verschillende scheepsalarmen;
.4 de werking en het gebruik van brandbestrijdingssystemen en -apparatuur;
.5 de werking en het gebruik van branddeuren;
.6 de werking en het gebruik van brand- en rookkleppen; en
.7 voorzieningen en apparatuur voor ontsnapping.
2.4 Brandbeveiligingsplannen
2.4.1 Ter instructie van de scheepsofficieren moeten algemene plannen permanent zijn opgehangen, waarop voor elk dek duidelijk zijn aangegeven de controlestations, de verschillende brandsecties omgeven door schotten van klasse „A”, de secties omgeven door schotten van klasse „B” alsmede aanwijzingen betreffende de branddetectie- en brandalarmsystemen, de sprinklerinstallatie, de brandblusmiddelen, de toegangen tot de verschillende afdelingen, dekken, enz. en het ventilatiesysteem met inbegrip van bijzonderheden omtrent de plaatsen waar de ventilatoren kunnen worden bediend, de plaatsen van de brandkleppen en de nummers van de ventilatoren, die elke sectie bedienen. In plaats daarvan mogen, ter beoordeling door de Administratie, de genoemde details zijn opgenomen in een boekje, waarvan een exemplaar moet worden verstrekt aan iedere officier, terwijl één exemplaar steeds aan boord op een toegankelijke plaats beschikbaar moet zijn. Plannen en boekjes moeten goed worden bijgehouden en wijzigingen moeten zo spoedig mogelijk worden aangetekend. Beschrijvingen in deze plannen en boekjes moeten zijn gesteld in de door de Administratie verlangde taal of talen. Indien de taal geen Engels of Frans is, moet een vertaling in één van deze talen worden opgenomen.
2.4.2 Er moet een duplicaat van de brandbeveiligingsplannen of een boekje dat zulke plannen bevat, permanent aanwezig zijn in een duidelijk aangegeven, tegen weer en wind afgesloten ruimte buiten het dekhuis, ten behoeve van brandbestrijdingspersoneel van de wal.
3 Aanvullende vereisten voor passagiersschepen
3.1 Brandoefeningen
In aanvulling op het vereiste van paragraaf 2.2.3 moeten brandoefeningen worden gehouden in overeenstemming met de bepalingen van voorschrift III/30, met behoorlijke inachtneming van het waarschuwen van passagiers en het verplaatsen van passagiers naar verzamelstations en inschepingsdekken.
3.2 Brandbeveiligingsplannen
Op schepen die meer dan 36 passagiers vervoeren, moeten de volgens dit voorschrift vereiste plannen en boekjes informatie bieden betreffende brandbeveiliging, branddetectie en brandbestrijding, gebaseerd op de door de Organisatie verstrekte richtlijnen.
- Regeling
- Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
- Afkortingen
- SOLAS, SOLAS 1974
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBV0003264
- Versie
- 2026-01-01_0