wetzoeker

Voorschrift 49 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

- AANVULLENDE VEREISTEN VOOR RUIMTEN VOOR MACHINES DIE PERIODIEK ZONDER TOEZICHT ZIJN

1 Onder alle vaaromstandigheden, met inbegrip van het manoeuvreren, dienen de snelheid, de richting van de stuwdruk en, indien van toepassing, de spoed van de schroef volledig regelbaar te zijn vanaf de brug.

1.1. Zulk een afstandbediening dient plaats te vinden door middel van één enkel bedieningssysteem voor iedere schroef apart, waarbij automatisch alle daarbij behorende voorzieningen, waar nodig met inbegrip van middelen ter voorkoming van overbelasting van de voortstuwingswerktuigen, in werking treden.

1.2. Het hoofdvoortstuwingswerktuig moet zijn voorzien van een noodstopinrichting op de brug, die onafhankelijk is van de brugbediening.

2 Manoeuvreerorders vanaf de brug moeten, al naar gelang, worden aangegeven in de controlekamer voor de hoofdvoortstuwingsinstallatie, of op de manoeuvreerstand.

3 Afstandbediening van de voortstuwingswerktuigen mag slechts vanaf één plaats tegelijk mogelijk zijn; op die bedieningsplaatsen mogen met elkaar verbonden onderstations aanwezig zijn. Op elke bedieningsplaats moet kunnen worden afgelezen vanuit welke bedieningsplaats de voortstuwingswerktuigen worden bediend. Het overbrengen van de bediening tussen de brug en de voortstuwingsruimten dient uitsluitend in de hoofdvoortstuwingsruimte of in de hoofdcontrolekamer mogelijk te zijn. Het systeem dient voorzieningen te omvatten om te voorkomen dat de stuwkracht aanzienlijk verandert, wanneer de bediening van de ene plaats naar de andere wordt overgeschakeld.

4 Alle werktuigen die essentieel zijn voor de veilige werking van het schip moeten lokaal kunnen worden bediend, zelfs in geval van storing in enig deel van het automatische bedieningssysteem of het afstandbedieningssysteem.

5 Het automatische afstandbedieningssysteem dient zodanig te zijn ontworpen dat in geval van het uitvallen hiervan een alarm wordt gegeven. Tenzij de Administratie dit niet praktisch uitvoerbaar acht, moeten de ingestelde snelheid en de richting van de stuurdruk van de schroef worden gehandhaafd totdat de lokale bediening in bedrijf is.

6 Op de brug dienen aanwijsinstrumenten aanwezig te zijn voor:

1. schroeftoerental en -draairichting, ingeval het vaste schroeven betreft; of

2. de snelheid en de spoed van de schroef, ingeval het verstelbare schroeven betreft.

7 Het aantal achtereenvolgende automatische pogingen waarbij tevergeefs wordt getracht de voortstuwingswerktuigen in werking te stellen, dient beperkt te zijn zodat voldoende aanzetluchtdruk aanwezig blijft. Er dient een alarm aanwezig te zijn dat aangeeft wanneer de aanzetluchtdruk te laag is en dat aanspreekt op een druk waarbij het nog altijd mogelijk is de voortstuwingswerktuigen aan te zetten.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl