wetzoeker

Voorschrift 28 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

MACHINE-INSTALLATIES

1 Er dient voldoende vermogen om achteruit te kunnen varen aanwezig te zijn, ten einde een goede besturing van het schip onder normale bedrijfsomstandigheden te verzekeren.

2 Er moet worden aangetoond en geregistreerd dat de machineinstallatie in staat is de richting van de stuwdruk van de schroef binnen aanvaardbare tijd om te keren en hiermede het schip binnen een redelijke afstand vanuit de maximale dienstsnelheid vooruit tot stilstand te brengen.

*) Verwezen wordt naar de „Aanbeveling inzake informatie die moet zijn opgenomen in het manoeuvreerboekje zoals aangenomen in IMCO-ResolutieA. 209(VII)”.

3 Een overzicht van de stoptijden, en daarmede verband houdende koersen en afstanden van het schip zoals tijdens proefvaarten vastgesteld, te zamen met de resultaten van de proefnemingen om bij schepen met meerdere schroeven de manoeuvreer- en stuureigenschappen bij het uitvallen van één of meer schroeven vast te stellen, dient aan boord aanwezig te zijn ten behoeve van de kapitein of ander aangewezen personeel.

*) Verwezen wordt naar de „Aanbeveling inzake informatie die moet zijn opgenomen in het manoeuvreerboekje zoals aangenomen in IMCO-ResolutieA. 209(VII)”.

4 Indien een schip is uitgerust met aanvullende voorzieningen om te manoeuvreren of te stoppen, dient de doeltreffendheid hiervan te zijn aangetoond en vastgesteld als bedoeld in de paragrafen 2 en 3.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl