wetzoeker

Voorschrift 13-1 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

WATERDICHTE INDELING, ALSMEDE WATER-, WIND- EN WEERDICHTHEID

1 Het aantal openingen in de waterdichte indelingen moet beperkt zijn tot het minimum dat verenigbaar is met de inrichting en het goed functioneren van het schip. Wanneer doorboringen van waterdichte schoten en binnendekken nodig zijn voor toegang, pijpleidingen, ventilatie, elektrische kabels, enz., moeten voorzieningen worden getroffen om de waterdichtheid te behouden.

De Administratie kan een geringere mate van waterdichtheid van openingen boven het vrijboorddek toestaan, indien wordt aangetoond dat elke vorm van geleidelijk vollopen gemakkelijk kan worden beheerst en de veiligheid van het schip niet in gevaar komt.

2 Deuren aangebracht om de waterdichtheid van inwendige openingen die op zee worden gebruikt te verzekeren moeten waterdichte schuifdeuren zijn, die vanaf de brug op afstand moeten kunnen worden gesloten en tevens ter plaatse vanaf elke zijde van het schot moeten kunnen worden bediend. Op de bedieningspositie moeten standaanwijzers zijn aangebracht die aanduiden of de deuren geopend of gesloten zijn, en bij het sluiten van de deuren moet een hoorbaar alarm afgaan. De aandrijving, bediening en aanwijzers moeten kunnen worden bediend ingeval de hoofdkrachtbron uitvalt. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan het tot een minimum beperken van de gevolgen van de uitval van het bedieningssysteem. Elke werktuiglijk bediende waterdichte schuifdeur moet zijn voorzien van een afzonderlijke handmatige bedieningsinrichting. De deur moet ter plaatse aan beide zijden van het schot met handkracht kunnen worden geopend en gesloten.

3 Toegangsdeuren en toegangsluiken die op zee in principe gesloten blijven, om de waterdichtheid van inwendige openingen te verzekeren, moeten zijn voorzien van middelen die ter plaatse en op de brug aanduiden of deze deuren of luiken open of gesloten zijn.

Op alle deuren en luiken moet een mededeling worden aangebracht dat deze niet geopend mogen blijven.

4 Indien de Administratie van oordeel is dat waterdichte deuren of opritten noodzakelijk zijn, mogen dergelijke deuren of opritten, van deugdelijke constructie, worden aangebracht om grote laadruimen intern van elkaar te scheiden. Dit mogen scharnierende, rollende of schuivende deuren of opritten zijn, maar ze mogen niet op afstand worden bediend. Indien een of meer van deze deuren of opritten gedurende de reis toegankelijk zijn, moeten zij zijn voorzien van een middel dat onbevoegd openen voorkomt.

5 Andere afsluitmiddelen die op zee permanent gesloten blijven om de waterdichtheid van inwendige openingen te verzekeren, moeten elk zijn voorzien van een mededeling dat deze gesloten moeten blijven. Op mangaten bevestigd met bouten op kleine steek kan dit achterwege blijven.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl