wetzoeker

Voorschrift 5 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

STABILITEIT

1 Elk passagiersschip ongeacht de omvang ervan en elk vrachtschip met een lengte (L) van 24 m en meer, moet na voltooiing een hellingproef ondergaan. De waterverplaatsing bij leeg schip en de positie van het zwaartepunt ervan in de lengte-, dwars- en verticale richting moeten worden bepaald. In aanvulling op eventuele andere van toepassing zijnde vereisten van de bestaande voorschriften moeten schepen met een lengte van 24 m en meer ten minste voldoen aan de vereisten van deel A van de IS-Code 2008.

2 De Administratie kan ontheffing van de hellingproef toestaan voor een individueel vrachtschip, mits fundamentele stabiliteitsgegevens beschikbaar zijn van de hellingproef van een zusterschip en ten genoegen van de Administratie wordt aangetoond dat aan deze fundamentele gegevens betrouwbare informatie omtrent de stabiliteit van het vrijgestelde schip kan worden ontleend, als vereist door voorschrift 5-1. Bij de voltooiing wordt een onderzoek naar het leeggewicht uitgevoerd wanneer, in vergelijking met de van het zusterschip afgeleide gegevens, een afwijking van de waterverplaatsing bij leeg schip wordt aangetroffen van meer dan 1% voor schepen met een lengte van 160 m of meer en 2% voor schepen met een lengte van 50 m of minder en als vastgesteld via lineaire interpolatie voor de tussenliggende lengtes of een afwijking van het zwaartepunt over de lengte bij leegschip van meer dan 0,5% van L.

3 De Administratie kan ook ontheffing van de hellingproef toestaan voor een individueel schip of klasse schepen die speciaal zijn ontworpen voor het vervoer van vloeistoffen of erts in bulk wanneer uit verwijzing naar bestaande gegevens voor soortgelijke schepen duidelijk blijkt dat als gevolg van de omvang en voorzieningen van het schip onder alle waarschijnlijke ladingcondities meer dan voldoende metracentrische hoogte beschikbaar zal zijn.

4 Wanneer aan een schip wijzigingen worden aangebracht waardoor de aan de kapitein verstrekte stabiliteitsgegevens wezenlijk worden beïnvloed, moeten aangepaste stabiliteitsgegevens worden verstrekt. Indien nodig moet het schip een nieuwe hellingproef ondergaan. Het schip moet een nieuwe hellingproef ondergaan indien de verwachte afwijkingen een van de in paragraaf 5 vermelde waarden overschrijden.

5 Met periodieke tussenpozen van ten hoogste vijf jaar moeten alle passagiersschepen een onderzoek bij leeg schip ondergaan ter verificatie van mogelijke afwijkingen ten opzichte van de waterverplaatsing bij leeg schip en het zwaartepunt over de lengte van het schip. Het schip moet opnieuw een hellingproef ondergaan telkens wanneer, ten opzichte van de goedgekeurde stabiliteitsgegevens, een afwijking van de waterverplaatsing bij leeg schip van meer dan 2% of een afwijking van het zwaartepunt over de lengte van het schip van meer dan 1% van L wordt aangetroffen of verwacht.

6 Elk schip moet op de voor- en achtersteven duidelijke diepgangsmarkeringen hebben. In het geval de diepgangmarkeringen zich niet op een gemakkelijk leesbare plaats bevinden of de diepgangmarkeringen vanwege de voor een bepaald type vaart met de bedrijfsvoering verband houdende beperkingen moeilijk leesbaar zijn, moet het schip eveneens zijn uitgerust met een betrouwbaar markeringssysteem voor de diepgang waarmee de diepgang van voor- en achtersteven kunnen worden bepaald.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl