wetzoeker

Voorschrift 3-13 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

STRUCTUUR VAN SCHEPEN

1 Toepassing

1.1 Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, is dit voorschrift van toepassing op hijs- en hefmiddelen en ankerlieren, en losse hijs- en hefonderdelen die samen met de hijs- en hefmiddelen en ankerlieren worden gebruikt.

1.2 Niettegenstaande het bovenstaande, is dit voorschrift niet van toepassing op:

.1 hijs- en hefmiddelen op schepen die gecertificeerd zijn als verplaatsbare offshore booreenheden (MODU’s);

.2 hijs- en hefmiddelen gebruikt op offshore-constructieschepen, zoals schepen gebruikt voor het leggen/repareren van pijpleidingen/kabels of voor offshore-installatiewerkzaamheden, met inbegrip van schepen voor ontmantelingswerkzaamheden, die voldoen aan voor de Administratie aanvaardbare normen;

.3 geïntegreerde mechanische apparatuur voor het openen en sluiten van laadruimluiken; en

.4 inrichtingen voor het te water laten van reddingsuitrusting die voldoen aan de internationale code inzake reddingsmiddelen (LSA) Code.

1.3 De Administratie bepaalt in hoeverre de bepalingen van de paragrafen 2.1 en 2.4 niet van toepassing zijn op hijs- en hefmiddelen die een veilige bedrijfsbelasting van minder dan 1000 kilo hebben.

2 Ontwerp, constructie en installatie

2.1 Hijs- en hefmiddelen geïnstalleerd op of na 1 januari 2026 moeten:

.1 worden ontworpen, gebouwd en geïnstalleerd overeenkomstig de vereisten van een door de Administratie overeenkomstig de bepalingen van voorschrift XI-1/1 erkend classificatiebureau of overeenkomstig normen die voor de Administratie aanvaardbaar zijn die resulteren in een vergelijkbaar veiligheidsniveau; en

.2 een belastingsproef ondergaan en grondig worden onderzocht na installatie en vóór de eerste ingebruikname en na reparaties, wijzigingen of veranderingen van ingrijpende aard.

2.2 Ankerlieren geïnstalleerd op of na 1 januari 2026 moeten worden ontworpen, gebouwd, geïnstalleerd en getest ten genoegen van de Administratie, overeenkomstig de door de Organisatie opgestelde richtlijnen.

2.3 Hijs- en hefmiddelen geïnstalleerd op of na 1 januari 2026 moeten een vaste markering krijgen en zijn voorzien van een schriftelijk bewijs van de veilige bedrijfsbelasting.

2.4 Hijs- en hefmiddelen geïnstalleerd vóór 1 januari 2026 moeten worden getest en grondig onderzocht, overeenkomstig de door de Organisatie opgestelde richtlijnen en moeten niet later dan op de datum van het eerste hernieuwde onderzoek op of na 1 januari 2026 aan de bepalingen van paragraaf 2.3 voldoen.

2.5 Ankerlieren geïnstalleerd vóór 1 januari 2026 moeten worden getest en grondig onderzocht, overeenkomstig de door de Organisatie opgestelde richtlijnen niet later dan op de datum van het eerste hernieuwde onderzoek op of na 1 januari 2026.

3 Onderhoud, bediening, inspectie en beproeving

Alle hijs- en hefmiddelen en ankerlieren, ongeacht hun installatiedatum, en alle losse hijs- en hefonderdelen die worden gebruikt bij hefmiddelen en ankerlieren, moeten een operationele beproeving ondergaan, grondig worden onderzocht, geïnspecteerd, bediend en onderhouden, overeenkomstig de door de Organisatie opgestelde richtlijnen.

4 Niet-operationele hijs- en hefmiddelen en ankerlieren

Behoudens als voorzien in voorschrift I/11(c), en hoewel alle redelijke stappen moeten worden genomen om hijs- en hefmiddelen, ankerlieren en losse hijs- en hefonderdelen waarop dit voorschrift van toepassing is in goede staat te houden, worden storingen van die uitrusting niet beschouwd als reden waarom het schip onzeewaardig zou zijn of als reden om het schip op te houden in havens, mits door de kapitein passende maatregelen worden getroffen om met het defecte hijs- en hefmiddel of ankerlier rekening te houden bij de voorbereiding en uitvoering van een veilige reis.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl