wetzoeker

Artikel 31 Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1971

Onverminderd het bepaalde in artikel 30 dient, binnen zes maanden na de datum waarop is voldaan aan de eis dat:

a. ten minste acht Staten Partij zijn geworden bij dit Protocol of akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie, al dan niet met toepassing van artikel 30, vierde lid, en

b. de Secretaris-Generaal van de Organisatie informatie overeenkomstig artikel 29 heeft ontvangen dat de personen die verplicht zijn of zouden zijn bij te dragen ingevolge artikel 10 van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, gedurende het voorgaande kalenderjaar in totaal een hoeveelheid van tenminste 750 miljoen ton bijdragende olie hebben ontvangen;

elke Partij bij dit Protocol en elke Staat die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, al dan niet met toepassing van artikel 30, vierde lid, heeft nedergelegd, indien deze Partij daarbij is, het Fondsverdrag, 1971, en het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, op te zeggen met ingang van twaalf maanden na het verstrijken van de bovengenoemde periode van zes maanden.

Regeling
Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1971
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-11-2003
BWB-id
BWBV0003259
Versie
2003-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl