wetzoeker

Voorschrift 94 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

- BRANDBEVEILIGINGSMAATREGELEN BIJ SCHEPEN WAARVAN DE LENGTE MINDER DAN 55 METER BEDRAAGT

(1) Trappen en ladders die leiden naar en van ruimten voor accommodatie en in ruimten, waarin door de bemanning onder normale omstandigheden dienst wordt gedaan, andere dan ruimten voor machines, moeten zo zijn aangebracht, dat met behulp daarvan het open dek en vandaar de reddingboten en -vlotten gemakkelijk kunnen worden bereikt. In het bijzonder geldt met betrekking tot deze ruimten, dat:

(a) alle niveaus waarop zich ruimten voor accommodatie bevinden, ten minste twee voorzieningen voor ontsnapping op een grote onderlinge afstand moeten zijn aangebracht, die de normale toegangsvoorzieningen vanuit elke besloten ruimte of groep van ruimten mogen omvatten;

(b)

(i) onder het blootgestelde dek de hoofdvoorziening voor ontsnapping moet bestaan uit een trap en de tweede voorziening voor ontsnapping mag bestaan uit een schacht of trap; en

(ii) boven het aan het weer blootgestelde dek de voorzieningen voor ontsnapping moeten bestaan uit trappen en/of deuren naar een open dek. Wanneer het praktisch niet uitvoerbaar is trappen of deuren aan te brengen, mag een van deze voorzieningen voor ontsnapping bestaan uit patrijspoorten of luiken van voldoende afmetingen, die waar nodig beschermd zijn tegen ijsafzetting;

(c) bij wijze van uitzondering de Administratie kan toestaan dat slechts één voorziening voor ontsnapping wordt aangebracht, indien de aard en de plaats van de ruimten en het aantal der personen, die in normale omstandigheden daarin verblijven of dienst doen, daartoe aanleiding kunnen geven;

(d) de lengte van een gang of gedeelte van een gang, van waar uit slechts één vluchtweg is, niet meer bedraagt dan 2,5 meter;

(e) de breedte en de mate van het onafgebroken doorlopen van de voorzieningen voor ontsnapping ten genoegen van de Administratie moeten zijn; en

(f) ten genoegen van de Administratie twee voorzieningen voor ontsnapping moeten zijn aangebracht in een radio-telegraafstation dat geen rechtstreekse toegang tot het open dek heeft.

(2) Vanuit elke ruimte voor machines van categorie A moeten op een zo groot mogelijke onderlinge afstand twee voorzieningen voor ontsnapping zijn aangebracht. Voorzieningen voor ontsnapping naar boven moeten bestaan uit stalen ladders. Wanneer de afmetingen van de ruimten voor machines zulks praktisch niet uitvoerbaar maken, mag volstaan worden met één van deze voorzieningen voor ontsnapping. In dat geval moet bijzondere aandacht zijn geschonken aan de overblijvende uitgang.

(3) Liften mogen niet worden beschouwd als één van de vereiste voorzieningen voor ontsnapping.

Regeling
Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-04-1977
BWB-id
BWBV0003251
Versie
1977-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl