wetzoeker

Voorschrift 83 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

- BRANDBEVEILIGINGSMAATREGELEN BIJ SCHEPEN WAARVAN DE LENGTE 55 METER OF MEER BEDRAAGT

(1)

(a) In ruimten waar oliegestookte ketels of oliestookinrichtingen zijn opgesteld, moet één van de hierna genoemde vast aangebrachte brandblusinstallaties zijn aangebracht, zulks ten genoegen van de Administratie:

(i) een sproei-installatie voor water onder druk;

(ii) een brandblusinstallatie met verstikkend gas;

(iii) een brandblusinstallatie waarbij stoffen in dampvorm afkomstig van vluchtige vloeistoffen met een lage giftigheidsgraad zoals broomchloordifluormethaan (BCF) of broomtrifluormethaan (BTM) worden gebruikt; of

(iv) een brandblusinstallatie waarbij schuim met een hoog expansievoud wordt gebruikt.

Wanneer de machinekamers en ketelruimen niet volkomen van elkaar zijn gescheiden of wanneer brandstofolie van het ketelruim in de machinekamer kan vloeien, moeten de betrokken machinekamers en ketelruimen te zamen als één ruimte worden beschouwd.

(b) Er moet in ieder ketelruim ten minste één stel van een draagbare luchtschuimuitrusting zijn, zulks ten genoegen van de Administratie.

(c) Er moeten ten minste twee goedgekeurde draagbare brandblustoestellen met schuim of een gelijkwaardige blusstof aanwezig zijn op elke stookplaats van elk ketelruim en in elke ruimte waarin een deel van de oliestookinstallatie is ondergebracht. Er moet ten minste één goedgekeurd schuimbrandblustoestel met een inhoud van ten minste 136 liter of een daaraan gelijkwaardig gesteld toestel in elk ketelruim aanwezig zijn. Deze brandblustoestellen moeten zijn voorzien van op haspels aangebrachte slangen, die lang genoeg zijn om elk deel van het ketelruim te kunnen bereiken. De Administratie kan vermindering van de voorschriften van deze sub-paragraaf toestaan, rekening houdende met de afmetingen en de aard van de ruimte die moet worden beschermd.

(d) Op elke stookplaats moet een bak aanwezig zijn gevuld met zand, met soda doordrenkt zaagsel of een andere goedgekeurde droge stof in een hoeveelheid als door de Administratie kan worden voorgeschreven. Een goedgekeurd draagbaar brandblustoestel kan hiervoor in de plaats worden gesteld.

(2) In ruimten waar inwendige verbrandingsmotoren staan opgesteld, gebezigd hetzij als hoofdvoortstuwingswerktuigen, hetzij voor andere doeleinden, waarbij deze werktuigen te zamen een totaal vermogen hebben van niet minder dan 375 kilowatt, moeten de volgende voorzieningen worden getroffen:

(a) er moet één van de brandblusinstallaties zoals voorgeschreven in paragraaf (1) (a) aanwezig zijn;

(b) er moet ten minste één stel draagbare luchtschuimblussers zijn, zulks ten genoegen van de Administratie; en

(c) er moet in ieder van deze ruimten een voldoende aantal goedgekeurde schuimbrandblustoestellen met een inhoud van ten minste 45 liter of daaraan gelijkwaardig gestelde toestellen aanwezig zijn om schuim of een daaraan gelijkwaardig gestelde stof te kunnen richten op ieder deel van de brandstofsystemen en smeeroliedruksystemen, tandwielkasten en andere brandgevaarlijke plaatsen. Bovendien moet er een voldoende aantal draagbare schuimbrandblustoestellen of daaraan gelijkwaardig gestelde toestellen zijn, die zo moeten worden geplaatst dat een blustoestel zich op een loopafstand van niet meer dan 10 meter bevindt vanaf enig punt in de ruimte; er moeten echter ten minste twee zulke brandblustoestellen in elke dergelijke ruimte worden opgesteld. Voor kleinere ruimten kan de Administratie vermindering van deze voorschriften toelaten.

(3) In ruimten waar stoomturbines of gesloten stoommachines zijn opgesteld, gebezigd hetzij als hoofdvoortstuwingswerktuigen, hetzij voor andere doeleinden, waarbij deze werktuigen te zamen een totaal vermogen hebben van niet minder dan 375 kilowatt, moeten de volgende voorzieningen worden getroffen:

(a) er moet een voldoende aantal schuimbrandblustoestellen met een inhoud van ten minste 45 liter of daaraan gelijkwaardig gestelde toestellen aanwezig zijn om schuim of een daaraan gelijkwaardig gestelde stof te kunnen richten op ieder deel van het druksmeersysteem, van de omkastingen van de onder druk gesmeerde delen van de turbines, machines of daarbij behorende tandwielkasten en alle andere brandgevaarlijke plaatsen. Deze brandblustoestellen zijn echter niet vereist, indien in zulke ruimten een bescherming die ten minste gelijkwaardig is aan de in deze sub-paragraaf bedoelde wordt geboden door een vast aangebrachte brandblusinstallatie, die voldoet aan het gestelde in paragraaf (1) (a); en

(b) er moet een voldoende aantal draagbare schuimbrandblustoestellen of daarmede gelijkwaardig gestelde toestellen aanwezig zijn die zo moeten worden geplaatst dat een brandblustoestel zich op een loopafstand van niet meer dan 10 meter bevindt vanaf enig punt in de ruimte; er moeten echter ten minste twee zulke brandblustoestellen in elke ruimte worden opgesteld, terwijl zulke brandblustoestellen niet worden vereist boven die, welke zijn aangebracht overeenkomstig paragraaf (2) (c).

(4) Indien naar het oordeel van de Administratie brandgevaar aanwezig is in ruimten voor machines ten aanzien waarvan geen bepaalde voorschriften omtrent brandblusapparaten zijn gegeven in de paragrafen (1), (2) en (3), moeten er in of dicht bij deze ruimten een aantal goedgekeurde draagbare brandblustoestellen of andere brandblusmiddelen worden opgesteld, zulks ten genoegen van de Administratie.

(5) Indien niet door dit Deel vereiste brandblusinstallaties worden aangebracht, moeten deze ten genoegen van de Administratie zijn.

(6) Voor een ruimte voor machines van categorie A die op een laag niveau toegankelijk is vanuit een aangrenzende schroefastunnel moet er, behalve een waterdichte deur, aan de van deze ruimte voor machines afgekeerde zijde een lichte stalen branddeur worden aangebracht, die aan beide zijden van de deur geopend moet kunnen worden.

Regeling
Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-04-1977
BWB-id
BWBV0003251
Versie
1977-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl