wetzoeker

Voorschrift 79 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

- BRANDBEVEILIGINGSMAATREGELEN BIJ SCHEPEN WAARVAN DE LENGTE 55 METER OF MEER BEDRAAGT

(1)

(a) Wanneer meer dan één brandkraan vereist is ten einde te voorzien in het aantal stralen aangegeven in Voorschrift 80 (2)(a), moet een hoofdbrandblusleiding zijn aangebracht.

(b) Hoofdbrandblusleidingen mogen geen andere aansluitingen hebben dan die, welke voor de brandbestrijding vereist zijn, met uitzondering van aansluitingen die aangebracht zijn om het dek en de ankerkettingen schoon te spuiten of de straalpomp van de kettingbak te bedienen.

(c) Wanneer hoofdbrandblusleidingen niet aflopend zijn, moeten geschikte aftapkranen zijn aangebracht op plaatsen, waar beschadiging door bevriezing kan worden verwacht.

*) [Red: Zie de Leidraad inzake Voorzorgsmaatregelen tegen bevriezing van hoofdbrandblusleidingen, opgenomen in Aanbeveling 7 van Aanhangsel 3 van de Slotakte van de Conferentie.]

(2)

(a) De doorlaat van de hoofdbrandblusleidingen van de aftakkingen daarvan moet voldoende groot zijn voor een doelmatige verwerking van de maximaal voorgeschreven opbrengst van twee gelijktijdig werkende brandbluspompen of van 140 kubieke meter per uur, al naar gelang welke opbrengst kleiner is.

(b) Wanneer de twee pompen tegelijk tewerk staande op de brandlusleiding daardoor een opbrengst leveren zoals aangegeven in Voorschrift 80 (5), welke opbrengst verwerkt wordt door straalpijpen zoals omschreven in sub-paragraaf (a) van deze paragraaf, en die zijn aangesloten op een stel brandkranen die in elkaars nabijheid zijn gelegen, moet op alle brandkranen ten minste een druk van 0,25 newton per vierkante millimeter kunnen worden gehandhaafd.

Regeling
Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-04-1977
BWB-id
BWBV0003251
Versie
1977-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl