wetzoeker

Voorschrift 112 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

- REDDINGMIDDELEN

(1) Reddingboten moeten ten genoegen van de Administratie gebouwd en van zodanige vorm en afmetingen zijn, dat zij in een zeegang een voldoende mate van vrijboord en stabiliteit bij volle bezetting en volledige uitrusting hebben en moeten voldoen aan de bepalingen van de paragrafen 1 en 2 van Aanhangsel 2, al naar gelang van toepassing. Reddingboten met volle bezetting en volledige uitrusting moeten, ingeval zij zijn volgeslagen en de zee vrij kan binnendringen, met een positieve aanvangsstabiliteit kunnen blijven drijven.

(2) De kubieke inhoud van een vaste reddingboot moet worden bepaald naar de regel gegeven in paragraaf 3 van Aanhangsel 2 of volgens elke andere methode, die ten minste dezelfde graad van nauwkeurigheid geeft. De inhoud van een reddingboot met platte spiegel moet worden berekend alsof de reddingboot van achteren scherp toeloopt.

(3) Het aantal personen dat in een vaste reddingboot zal mogen worden opgenomen, moet:

(a) gelijk zijn aan het grootste gehele getal, verkregen door de inhoud in kubieke meters te delen door de factor:

(i) 0,283 voor een boot waarvan de lengte 7,3 meter of meer bedraagt;

(ii) 0,396 voor een boot waarvan de lengte 4,9 meter bedraagt; en

(iii) verkregen door lineaire interpolatie tussen 0,396 en 0,283 voor boten waarvan de lengte meer dan 4,9 meter doch minder dan 7,3 meter bedraagt; en

(b) in geen geval het aantal volwassen personen, voorzien van reddinggordels, die behoorlijk kunnen zitten zonder het gebruik van de riemen of de werking van een ander voortstuwingsmiddel op enigerlei wijze te belemmeren, te boven gaan.

(4) Het aantal personen dat in een reddingboot in opgeblazen toestand zal mogen worden opgenomen, is gelijk aan het kleinste van beide volgende getallen:

(a) het grootste gehele getal verkregen door de inhoud van de opgeblazen hoofddrijfkamers gemeten in m3 en verminderd met 0,40 m3, waarbij de doften noch de langsscheepse kamer - indien aangebracht - medegerekend mogen worden, door 0,12 te delen; dan wel

(b) het grootste gehele getal verkregen door de oppervlakte van de vloer gemeten in m2, waarbij de doften en de langsscheepse kamer - indien aangebracht - wel medegerekend mogen worden, door 0,32 te delen.

In geen geval mag het berekende getal het aantal volwassen personen, voorzien van reddinggordels, die behoorlijk kunnen zitten zonder het gebruik van de riemen of de werking van een ander voortstuwingsmiddel op enigerlei wijze te belemmeren, te boven gaan. Een reddingboot in opgeblazen toestand mag niet worden goedgekeurd, indien hij aan minder dan 10 personen plaatsruimte biedt.

Regeling
Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-04-1977
BWB-id
BWBV0003251
Versie
1977-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl