wetzoeker

Voorschrift 127 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

- OPTREDEN IN NOODSITUATIES

(1) De Administratie dient zodanige maatregelen te treffen als zij noodzakelijk acht ten einde zeker te stellen dat bemanningen voldoende worden opgeleid met het oog op de uitoefening van hun taken in het geval zich noodgevallen voordoen.

Een zodanige opleiding moet, waar nodig, omvatten:

(a) met betrekking tot alarmseinen:

(i) bekendheid met de duidelijk omschreven seinen, zoals voorgeschreven in de alarmrol; en

(ii) de betekenis en de te nemen maatregelen bij het horen van het alarmsein;

(b) met betrekking tot reddingboten en „man over boord” boten:

(i) het gereedmaken, het buitenboord brengen (met inbegrip van de middelen om de boot langszij te houden tijdens het embarkeren van de bemanning), het te water brengen van de boot en het vrijkomen van de boot van het vaartuig;

(ii) het roeien en sturen zodra de boot in het water ligt;

(iii) bekendheid met de bevelen die gewoonlijk tijdens de behandeling van de boot worden gegeven;

(iv) kennis van de uitrusting aan boord en van de wijze waarop deze uitrusting moet worden gebruikt; en

(v) bekendheid met het gebruik van de motor indien de boot daarmee is uitgerust;

(c) met betrekking tot reddingvlotten:

(i) de methoden waarop reddingvlotten te water worden gebracht en worden opgeblazen, alsmede de voorzorgsmaatregelen die vóór, tijdens en na het te water brengen moeten worden genomen;

(ii) het in de reddingvlotten gaan, zowel de strijkbare als de in het water opgeblazen reddingvlotten, alsmede het in de vaste reddingvlotten gaan;

(iii) het omkeren van een omgeslagen vlot;

(iv) bekendheid met het gebruik van het drijfanker;

(v) bekendheid met de uitrusting en de wijze waarop deze uitrusting moet worden gebruikt;

(vi) bekendheid met de noodzaak van het bijvullen van de drijfkamers en het opblazen van de bodem; en

(vii) bekendheid met de instructies hoe te overleven in een reddingvlot;

(d) met betrekking tot het overleven in het water:

(i) de gevaren van onderkoeling van het lichaam en de wijze waarop de gevolgen daarvan tot een minimum beperkt kunnen blijven; en

(ii) het gebruik van reddinggordels en andere persoonlijke reddingpakken of -kleding; en

(e) met betrekking tot brandbestrijding:

(i) het gebruik van brandslangen met verschillende typen van straalpijpen;

(ii) het gebruik van brandblustoestellen;

(iii) kennis van de plaatsen waar zich branddeuren bevinden; en

(iv) het gebruik van ademhalingstoestellen.

(2) De Administratie dient aandacht te schenken aan de noodzaak om inlichtingen en/of opleiding te verschaffen met betrekking tot het ophijsen van personen vanaf vaartuigen en reddingboten en -vlotten door middel van helikopters.

Regeling
Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-04-1977
BWB-id
BWBV0003251
Versie
1977-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl