Voorschrift 6 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
- ALGEMENE VOORZIENINGEN
(1) Elk vaartuig moet de hieronder volgende onderzoeken ondergaan:
(a) Een eerste onderzoek voordat het vaartuig in dienst wordt gesteld of voordat het certificaat vereist krachtens Voorschrift 7 voor de eerste maal wordt afgegeven, dat een volledig onderzoek moet omvatten van de constructie, stabiliteit, machine-installaties, algemene inrichting en het materiaal, met inbegrip van de romp van het vaartuig aan de buitenzijde en het in- en uitwendige van de ketels en uitrusting in zoverre het vaartuig valt onder de bepalingen van deze Bijlage. Dit onderzoek moet zodanig zijn dat het zeker is dat de algemene inrichting, het materiaal en de verbanddelen van de romp, ketels en andere drukvaten met toebehoren, hoofd- en hulpwerktuigen, elektrische installaties, radioinstallaties, radiotelegrafie-installaties in motorreddingboten, draagbare radiotoestellen voor reddingboten en -vlotten, radiobakens ten behoeve van de plaatsbepaling op zee in noodgevallen (EPIRBs), reddingmiddelen, brandontdekkings- en brandblusmiddelen, radar, echolood, gyrokompassen en andere uitrusting, ten volle voldoen aan de voorschriften van deze Bijlage. Het onderzoek moet ook zodanig zijn, dat het zeker is dat de technische uitvoering van alle delen van het vaartuig en zijn uitrusting in alle opzichten bevredigend is en dat het vaartuig is voorzien van de lichten, middelen voor het geven van geluidsseinen en noodseinen zoals vereist volgens de voorschriften van deze Bijlage en geldende Internationale Bepalingen ter Voorkoming van Aanvaringen op Zee. In het geval loodsladders worden meegevoerd, moeten deze eveneens onderzocht worden ten einde zeker te stellen dat zij veilig werken en voldoen aan de desbetreffende voorschriften van het geldend Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee.
(b) Periodieke onderzoeken die worden verricht met inachtneming van onderstaande tussenpozen:
(i) per jaar waar het de constructie en machine-installaties van het vaartuig betreft, bedoeld in de Hoofdstukken II, III, IV, V en VI. Deze periode kan echter met een jaar worden verlengd, onder voorwaarde dat het vaartuig inwendig of uitwendig aan een onderzoek wordt onderworpen, in zoverre zulks redelijk en praktisch uitvoerbaar is;
(ii) twee jaar waar het de uitrusting van het vaartuig betreft, bedoeld in de Hoofdstukken II, III, IV, V, VI, VII en X; en
(iii) een jaar waar het de radio-installaties en radiorichtingzoeker van het vaartuig betreft, bedoeld in de Hoofdstukken IX en X.
Het onderzoek moet zodanig zijn, dat zeker wordt gesteld dat de onderdelen, waarop paragraaf (a), in het bijzonder wat de veiligheidsvoorzieningen betreft, betrekking heeft, ten volle voldoen aan de voorschriften van deze Bijlage, dat de desbetreffende uitrusting goed functioneert en dat de gegevens inzake de stabiliteit aan boord onmiddellijk beschikbaar zijn. In het geval de geldigheidsduur van het certificaat dat krachtens Voorschrift 7 is afgegeven, wordt verlengd op grond van Voorschrift 11(2) of (4), kan de tussenpoze van het periodieke onderzoek overeenkomstig worden verlengd.
(c) Tussentijdse onderzoeken waar het de constructie of machineinstallaties van het vaartuig betreft, die worden verricht met inachtneming van door de Administratie vastgestelde tussenpozen. Het onderzoek moet ook zodanig zijn dat zeker wordt gesteld dat wijzigingen waardoor de veiligheid van het vaartuig of zijn bemanning nadelig zou worden beïnvloed, niet zijn aangebracht. Zodanige tussentijdse onderzoeken en de tussenpozen waarmee deze worden verricht, worden aangetekend op de rugzijde van het Internationale Certificaat inzake de Beveiliging van Vissersschepen, afgegeven krachtens Voorschrift 7.
(2) Onderzoeken van het vaartuig worden met het oog op de tenuitvoerlegging van de bepalingen van deze Bijlage verricht door ambtenaren van de Administratie. De Administratie kan evenwel de onderzoeken opdragen hetzij aan speciaal voor dit doel benoemde experts, hetzij aan door haar erkende organisaties. In elk geval dient de betrokken Administratie tevreden gesteld te worden met betrekking tot de volledigheid en de doeltreffendheid van de onderzoeken.
(3) Nadat een onderzoek van het vaartuig krachtens dit Voorschrift is voltooid, mogen in de constructie, de uitrusting, de onderdelen, de inrichting of het materiaal waarop het onderzoek betrekking heeft, geen belangrijke veranderingen worden aangebracht dan na goedkeuring van de Administratie, met uitzondering van de onmiddellijke vervanging van zodanige uitrusting of onderdelen.
- Regeling
- Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 02-04-1977
- BWB-id
- BWBV0003251
- Versie
- 1977-04-02_0